Alles over processing en handling van vloeistoffen en gassen

FluidsProcessing.nl
Zoeken

   

   

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!
Lees de maandelijke nieuwsbrief.

Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

Fluids Processing nummer 4

Hieronder vindt u een overzicht van de artikelen verschenen in nummer 4 van 2015.
Via de lijst hieronder kunt u het artikel als pdf downloaden. Klik op de cover hiernaast om het gehele blad als bladerversie te openen.

In dit nummer: Water Campus in Leeuwarden ; microprocestechnologie in België ; re-engineering bij chemische plant ; integratie automatiseringsystemen ; Laboratorium Process & Energie ; cyber security ; koelen bij Vitelco ; slangaansluitingen bij gevaarlijke stoffenvervo

Verschenen: 18-09-2015

Neem contact op met de redactie

 
Lees dit artikel
pag. 16

Remat Chemie in Helmond breidt productiecapaciteit fors uit

Vakkennis en ervaring gecombineerd met automatisering In 2008 bouwde Remat Chemie BV in Helmond een nieuwe productie-installatie voor het scheiden van componenten uit chemische vloeistoffen. Door groei was uitbreiding noodzakelijk. Het afgelopen jaar verrees een nieuwe installatie met als middelpunt een 18 meter hoge fractioneerkolom. Met de ingebruikname van de nieuwe installatie, waarin geavanceerde instrumentatie- en communicatietechnologie is verwerkt, verdubbelde de productiecapaciteit van Remat Chemie.

Remat Chemie verwerkt chemische producten waarbij het destilleren van oplos- middelen één van de belangrijkste activi- teiten is. Inmiddels telt het personeelsbestand van het gestaag groeiende Remat Chemie zo’n achttien medewerkers, waarvan circa veertien in de productie. Er wordt gewerkt in drieploegendienst, waarbij er telkens andere instellingen nodig zijn om de qua aard en omvang wisselende producties te realiseren. “Wij zijn het verlengstuk van onze klanten,” zegt algemeen directeur Ben van Boe kel. “Klanten leveren hier in tankwagens ‘vloeibaar afval’ af dat veelal bestaat uit spoel- en oplosmiddelen. Deze vloeistof fen zijn afkomstig uit verschillende typen bedrijven zoals verf- en lijmfabrieken maar ook uit de farmaceutische industrie. Producten die we verwerken zijn alcoho len, ketonen, esters, aromatische en alifatische koolwaterstoffen, gechloreerde koolwaterstoffen, acetaten en styrenen. Nadat we het zuivere product hebben teruggewonnen, leveren we het weer terug aan de klant of bieden het op de markt aan. De vaste stoffen (residuen) die na de destillatie overblijven, worden door een gecertificeerde afvalverwerker verbrand of gebruikt als brandstof voor bijvoorbeeld cementfabrieken.”
Lees dit artikel
pag. 21

Raffinageindustrie komt in de knel

Onderzoeksbureau ECN over nieuwe milieueisen “De marge voor de Nederlandse raffinagesector wordt kleiner door mogelijk nieuwe milieueisen. Daarbij behoort de Nederlandse raffinagesector al tot de koplopers op milieugebied.” Dat concludeert Arjan Plomp, als onderzoeker energie- en milieubeleid werkzaam bij ECN op de afdeling Beleidsstudies. Onlangs kwam ECN in opdracht van de Vereniging Nederlandse petroleumindustrie (Vnpi) met een rapport over de impact van nieuwe milieueisen op de rentabiliteit van de sector.

ECN werkt aan diverse projecten waaronder een groot deel voor de Nederlandse overheid. Zo ontwikkelt het energie-ontwikkelingsscenario’s als beleidsondersteuning. Daarnaast werkt ECN ook voor diverse private partijen, aan vragen op het gebied van energie ontwikkelingen dan wel milieuontwikkelingen. Arjan Plomp vertelt over de aanleiding van het onderzoek naar de raffinage sector (zie ook Fluids Processing nr. 3 2015, pag. 31). “De sector, vertegen woordigd door de Vnpi, ziet zich geconfronteerd met vragen vanuit de Nederlandse overheid in het bijzonder rond milieuwetgeving. In Brussel wordt op dit moment gewerkt aan de NEC-richtlijn (National Emission Ceiling) waarin wordt gestreefd naar beperking van de Europese emissieplafonds. Na de vast gestelde doelstelling in 2010 bespreken en onderhandelen ze in Brussel nu over nieuwe NEC-plafonds. De Vnpi is niet al - leen benieuwd naar de consequenties van een nieuwe NEC-richtlijn voor de Nederlandse raffinagesector maar wil ook de impact weten van implementa tie van de Industrial Emissions Directive, een richtlijn die emissie-eisen oplegt rond diverse activiteiten.”
Lees dit artikel
pag. 22

In 2050 draait de chemie van de toekomst op volle toeren

Fisch publiceert Roadmap Microprocestechnologie Procesintensificatie lijkt het antwoord te zijn op de beperkingen van bestaande procestechnologieën. De chemische fabriek van de toekomst komt in beeld. In 2050 zouden de chemiefabrieken nieuwe stijl op volle toeren moeten draaien. Eind augustus 2015 publiceerde Fisch, de Vlaamse competentiepool voor duurzame chemie, hiervoor haar Roadmap Microprocestechnologie. Energieoverdracht en massatransfer verlopen beter in microreactoren en flowchemie, weet Luc Van Ginneken, programmamanager bij Fisch. Naast technologieontwikkeling vraagt onderwijs bijzondere aandacht. Beide zijn immers nauw verweven.

De chemische industrie in Vlaanderen heeft behoefte aan intensivering van haar processen. Volgens de recent verschenen Roadmap Microproces technologie van de stichting Fisch (vzw), de Vlaamse competentiepool voor duurzame chemie, moeten processen duurzamer, efficiënter, rendabeler, selec tiever en beter controleerbaar. Dit komt, vertelt programmamanager Luc Van Ginneken, de kwaliteit, duurzaamheid en competitiviteit van de chemische indu strie in Vlaanderen geheel ten goede. Waar gaat het om? Procesintensificatie draait om het efficiënter omgaan met de resources in de productie, zowel energie als grondstoffen, met behulp van minia turisering van installaties en reactoren. Dit laat ook nieuwe (extremere) proceswaar den toe (zoals hogere druk, temperatuur, kortere verblijftijd). “De efficiëntie van de huidige proces sen wordt, ondanks alle investeringen in efficiëntieverbeteringen geremd door de energieoverdracht en massatransfer in grote geroerde batchinstallaties,” weet Van Ginneken. “In reactoren gaat veel energie verloren naar het medium waarin de nodige reacties op molecu laire schaal plaatsvinden. Bovendien moeten de reactanten zich over relatief grote afstanden verplaatsen om effectief met elkaar in contact te komen voor een reactie kan plaatsvinden.” Bijkomende voordelen van procesintensi fiëring zijn beperking van solventgebruik, minder afvalstromen, en betere tempera tuur- en mengcontrole van de processen.
Lees dit artikel
pag. 28

Bliksemsnelle manier om mierenzuur te maken

Docent Technische Universiteit Eindhoven, Evgeny Pidko “Wellicht kan de procesindustrie in de nabije toekomst op een bliksemsnelle en veel goedkopere manier mierenzuur maken.” Dat zegt de van oorsprong Russische Evgeny Pidko, universitair docent en begeleider van zijn landgenoot fysisch chemicus Georgy Filonenko aan de Technische Universiteit Eindhoven. Laatstgenoemde promoveerde onlangs op het onderwerp: de productie van mierenzuur. Mierenzuur is een belangrijke potentiële energiebron voor de procesindustrie en is al een product dat wordt gefabriceerd. Pidko doet ook een oproep aan de procesindustrie om vervolgonderzoek te financieren.

Evgeny Pidko heeft als onderzoeksonderwerp katalyse (hulpstoffen bij een chemische reactie). “Het grootste thema betreft het mechanisme van katalytische reacties,” zo begint hij. “Ik probeer te begrijpen hoe katalyse werkt op mole culaire schaal en gebruik die kennis om een beter proces of een nieuw proces te maken. Een van de onderwerpen is valorisatie van CO . Het laatste jaar is een katalysator gevonden en ontwikkeld die bliksemsnel waterstof en CO 2 kan omwerken tot mierenzuur. Zelfs tien keer 2 sneller dan het meest bekende systeem ter wereld. En hetzelfde systeem kan de tegenovergestelde reactie geven. Bij een temperatuur van 65 graden is het mierenzuur stabiel maar verwarm je het naar 90 graden, dan komt het waterstof snel vrij. We hebben in feite een soort batterij gemaakt.”
Lees dit artikel
pag. 32

Visit the future

30 september en 1 oktober vormt Ahoy Rotterdam toneel van Nederlandse pompenmarkt Als dit blad bij u op de mat belandt, duurt het nog minder dan twee weken voordat Ahoy Rotterdam zijn deuren opent voor Pumps &Valves en Solids. Voor Pumps & Valves is het de derde keer dat Ahoy de achtergrond vormt. Solids is voor de zesde keer in Rotterdam en krijgt dit jaar gezelschap van ‘broertje’ Dry Cargo. Eind juni verzorgde organisator Easyfairs een bijeenkomst voor standhouders. Hen werd op het hart gedrukt u, de bezoeker vooral van tevoren te laten weten wat u allemaal kunt verwachten. Bij deze dus.

Met in totaal 250 deelnemers voor Pumps & Valves in combinatie met Solids, is het aantal standhouders gegroeid ten opzichte van de laatste editie in 2013. Pumps & Valves is als niche-evenement inmiddels een gevestigde naam in zowel Rotterdam als Antwerpen waar ze haar locaties strategisch uitkiest binnen hand bereik van de zee- of binnenhavens. Naast Rotterdam en Antwerpen is er ook een Pumps & Valves in Bilbao, Spanje. Het parallel gehouden Dry Cargo, beurs en congres, heeft vooral een internatio naal karakter. Hier zullen 150 tot tweehonderd internationale gasten en twintig tot 25 bedrijven eromheen zich buigen over een nichemarkt. Hal 4 is gereserveerd voor Pums & Valves; Solids vindt plaats in hal 3 en 5 en Dry Cargo leunt daar tegenaan. Bas van Gent van organisator EasyFairs benadrukte eind juni nog maar weer eens hoe bezoekers de ultieme gelegen heid wordt geboden om te horen wat de trends en ontwikkelingen zullen zijn. “On der het motto ‘Visit the future’ willen we hen laten zien welke richting de toekomst kan inslaan.”
Lees dit artikel
pag. 36

TU Delft opent nieuw laboratorium Process & Energy

Veel faciliteiten voor derden zoals meerfasen opslag “Het Lab Process & Energy is de enige plek in Nederland waar nog grootschalig universitair onderzoek op het gecombineerde vakgebied proces en energie plaatsvindt. Het is een bewuste keuze geweest van de TU Delft om daarin te (blijven) investeren. Voor onder meer de procesindustrie, ook het mkb, blijft de TU daardoor een aantrekkelijke onderzoekspartner op het terrein van energie- en procestechnologie.” Dat zegt Bendiks Jan Boersma, hoogleraar energietechnologie aan de TU Delft en tevens voorzitter van de afdeling proces en energie. Daarmee is hij verantwoordelijk voor het nieuwe laboratorium Process & Energy (faculteit 3Me), dat begin april haar deuren opende.

“Onze faciliteiten en werkplaats zijn grondig gemoderniseerd en daarmee heb- ben we nu een grotere capaciteit be- schikbaar voor onze studenten,” vertelt Bendiks Jan Boersma over de komst van het nieuwe lab. “Het oude laboratorium, eind jaren zestig van de vorige eeuw gebouwd, was na veertig jaar wel aan een grondige opknapbeurt toe. Toen is besloten om niet te gaan renoveren op de oude locatie maar gewoon een nieuw laboratorium binnen de faculteit werktuigbouw te realiseren. De zelfstan dige labs binnen de faculteit hadden eerder allen eigen gebouwen met een eigen huisadres. We hoorden wel bij de faculteit werktuigbouw maar we hadden geen verbinding met het hoofdgebouw via een loopbrug of iets dergelijks. De verbinding met onze studenten was niet optimaal zo moesten ze bij slecht weer met de fiets over straat om ons te bereiken. We zitten daarentegen nu in het hoofdgebouw van werktuigbouw en hebben verbinding met andere afdelin gen en collega’s.” Het nieuwe lab betekent een bundeling van expertise. Boersma: “Er waren an dere groepen die soortgelijk onderzoek deden op andere locaties. We hebben ze bij elkaar geveegd en zitten nu met z’n allen in één gebouw.”
Lees dit artikel
pag. 42

Photanol heeft aan CO en zonlicht genoeg

Productietesten voor geur- en smaakstoffen en tussenproducten voor chemische industrie Voor de industrie is CO2 een welhaast onvermijdelijk bijproduct dat bijdraagt aan het broeikaseffect. Afvangen en opslaan biedt een oplossing, het gebruik van CO2 als grondstof voor koolwaterstoffen ook. Dit lijkt ver weg maar is het niet. Het Amsterdamse bedrijf Photanol staat op het punt om in kassen bij Bleiswijk testen uit te voeren met een proefinstallatie waarin cyanobacteriën CO2 met behulp van zonlicht omzetten in geur- en smaakstoffen en tussenproducten voor de chemische industrie. Dirk den Ouden, directeur bij Photanol, vertelt hoe het ervoor staat

Photanol is in 2008 opgericht door de Universiteit van Amsterdam en de hoog leraren Klaas Hellingwerf en Joost Teixeira de Mattos. Zij kwamen op grond van hun onderzoek tot de conclusie dat cyano - bacteriën heel geschikt zijn om CO2 met behulp van fotosynthese om te zetten in organische verbindingen. Na genetische aanpassing maken deze bacteriën stof fen zoals terpenen en organische zuren die ze van nature niet in grote hoeveel heden maken. “Het idee was een productieplatform te creëren waarmee we met cyanobacteriën uit CO2 met behulp van zonlicht verschillende stoffen kunnen produceren,” licht Dirk den Ouden toe. “Enkele jaren na de start van Photanol zag het er bijzonder goed uit. Voor durfin - vesteerder Icos Capital een reden om in 2012 een belang van 45 procent te ne men. Nog eens 45 procent is in handen van UvA Holding en 10 procent in han den van de oprichters. “De kapitaalinjectie van Icos Capital heeft de ontwikkeling aanzienlijk versneld,” aldus Den Ouden. Photanol richt zich voorlopig op de pro ductie van geur- en smaakstoffen omdat die per kilogram veel opbrengen, soms wel 10.000 euro per kilogram. Op deze manier hoeft het bedrijf niet in grote installaties te investeren en kan het met relatief kleine installaties volstaan. De productie van enkele kilo’s kan al aantrekkelijk zijn
Lees dit artikel
pag. 48

Het valt wel mee met het gevaar van dry spots op opslagtanks

Na computersimulatie aanpassing van richtlijn PGS 29 gewenst “Dry spots op tankwanden van opslagtanks komen regelmatig voor op plekken waar tankkoelwater niet kan komen. Tot nu toe is dat een probleem voor inspectiediensten die dat betitelen als gevaarlijk, althans in het geval een naastliggende tank in brand vliegt. In een simulatie hebben we aangetoond dat het gevaar van dry spots een nuancering behoeft.” Dat zegt Henk Jan Schuurman, adviesgroep-manager werkzaam bij Antea Group.

Henk Jan Schuurman stuurt binnen Antea Group de adviesgroep Save aan, een groep die zich bezighoudt met fysieke veiligheid. En dat doet Save met zo’n veertig consultants, vooral op industriële veiligheid, de Brzo-markt. Rene Sloof is senior adviseur bij dezelfde organisatie, tevens contractmanager. In het genoem - de simulatieproject was hij projectleider vanwege zijn expertise rond industriële brandveiligheid. “Ik adviseer met name voor de zware industrie als het gaat om de brandveiligheidsaspecten. Daarnaast zit ik ook in de werkgroep PGS 29, waar dit onderwerp onderdeel van is.” Wat was precies het probleem? Sloof: “Het was meer een discussie. In het veld werden tijdens (Brzo)-inspecties van de verschillende inspectiediensten koel systemen van opslagtanks getest. Het voorschrift in de PGS 29 stelt dat er voor honderd procent dekking in de water koeling moet zijn over de opslagtanks. De petrochemische industrie en een aantal adviseurs waren van mening dat een droog plekje hier en daar niet zo erg hoeft te zijn. Maar hoe toon je dat aan? Een tank die niet volledig benat wordt, gaat dat leiden tot escalatie of valt het wel mee?” Schuurman voegt toe: “Benat moet worden op het moment dat een brand ontstaat. Daarom heb je een koel systeem nodig dat de tank koelt.”
Lees dit artikel
pag. 52

Piraten maken bij ons geen kans

Belsim beschermt software met CodeMeter Wat je meet, is niet altijd voor honderd procent correct. Een onderneming heeft daardoor nooit absolute zekerheid over haar processen. Meer nog, wat ze wil weten over haar prestaties, blijft misschien verborgen door de afwijkingen in de metingen. Belsim bouwt software voor Data Validation & Reconciliation (DVR) die de metingen in industriële processen automatisch bijstuurt. Voor het licentiebeheer en de bescherming van de software tegen illegaal gebruik rekent Belsim op CodeMeter van Wibu-Systems.

Belsim is gegroeid uit een spin-off van de universiteit van Luik. Vandaag geldt Vali Suite van het Belgische bedrijf als wereld wijde marktleider in het domein van DVRsoftware. “Onze oplossing gaat op zoek naar de meetwaarden van sensoren in een industrieel proces,” zegt Christophe Pirnay, Development Manager bij Belsim. “We meten zaken als temperatuur, vo lume en druk. Aansluitend staat onze software in voor het valideren en reconciliëren van de data.” Anders gezegd: Belsim behandelt de ruwe procesdata met statistische methodes, proceservaring en kennis over thermodynamische beïnvloe ding, om zo tot correcte en betrouwbare data te komen. Belsim levert oplossingen op basis van software en consulting rond energiebeheer, productieopvolging, performance management en pro cesoptimalisatie. Het bedrijf ontwikkelt de software in België. Ingenieurs van Belsim reizen de wereld rond om de oplossing te implementeren bij klanten, niet alleen in Europa maar ook in het Midden-Oosten, de Verenigde Staten en Afrika.
 
 .
 .
 .