Alles over processing en handling van vloeistoffen en gassen

FluidsProcessing.nl
Zoeken

     

     

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!
Lees de maandelijke nieuwsbrief.

Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

Fluids Processing nummer 2

Hieronder vindt u een overzicht van de artikelen verschenen in nummer 2 van 2015.
Via de lijst hieronder kunt u het artikel als pdf downloaden. Klik op de cover hiernaast om het gehele blad als bladerversie te openen.

In dit nummer: Jonge process engineer over zijn loopbaan, meetsysteem in kleine boorkernen, energiezuinige membraandestillatie, naleving Europese stoffenregels, verslag PPA-dag, borging afsluitersysteem, Lean Six Sigma bij Independent Belgian Refinery, nieuw bioraffina

Verschenen: 07-04-2015

Neem contact op met de redactie

 
Lees dit artikel
pag. 11

‘Inmiddels ben ik al heel wat chemie-ervaring rijker’

Process engineer Corné van der Kooij: We kunnen niet vaak genoeg vertellen hoe leuk werken in de procesindustrie is. Sterker nog, we zullen wel moeten, willen we het personeelsgat nog een beetje dichten. Niet gek dus dat als ik weer een enthousiaste, en in dit geval heel jonge kracht zie, even nieuwsgierig vraag naar zijn/haar beweegredenen om in deze sector te willen werken. Zoals onlangs bij OCI Terminal Europoort waar Corné van der Kooij sinds een paar maanden werkt als process engineer.

We moeten allemaal ons steentje bijdragen, lijkt me, om de arbeidsmogelijkheden van de procesindustrie over het voetlicht te brengen. Slechts het zo vaak mogelijk roepen van ‘Techniek is sexy’ bij welke gelegenheid dan ook, zal het tij van niet voldoende personeel kunnen krijgen, keren. Vandaar dat we diverse mensen die dat regelmatig doen, aan het woord laten. Plaatsten we in Fluids Processing in nr. 6 van 2014 pagina’s 18 en 19 een interview met Rob Bensdorp over zijn visie van de operator 2.0, deze keer vertelt Corné van der Kooij (25), process engineer bij OCI Terminal Europoort over zijn nog prille loopbaan en hoe hij daar terechtkwam. Van der Kooij: “Een toenmalige buurman van mij was wachtchef bij het chemiebedrijf Shin-Etsu. Hij nodigde mij uit voor een rondleiding in de fabriek. Toen ik daar rondliep, vond ik het allemaal heel indrukwekkend wat er gebeurde en wilde ik meteen weten hoe het allemaal werkte. Na dat bezoek besloot ik de opleiding Vapro C te gaan volgen aan het STC in Brielle. School was natuurlijk wel even heel anders dan zo’n bedrijf want je leert eigenlijk alleen maar de basis. De opleiding verliep voor mij heel voorspoedig en ik had weinig problemen met alle vakken. Het derde jaar was een stagejaar en daarvoor kon ik terecht bij BP raffinaderij. Dit was voor mij de eerste echte kennismaking met de chemie. Toen ontdekte ik steeds meer dat dit echt wat voor mij is. Al die verschillende processen dat trok mij wel en vooral hoe dat eigenlijk allemaal kon.”
Lees dit artikel
pag. 12

Lean Six Sigma bij Independent Belgian Refinery

Datagedreven verbeteren als onderdeel van het gewone werk Na een doorstart voerde Independent Belgian Refinery (IBR) een ingrijpende wijziging door. Lean Six Sigma werd de leidende methode om steeds slimmer te gaan werken. Drie jaar later zijn de resultaten in organisatorische zin indrukwekkend. Teams voeren dagelijks ‘actieoverleg’ uit bij verbeterborden, eenvoudige verbeterpunten worden direct aangepakt, en ingewikkeldere problemen worden ‘geëscaleerd’ naar een stuurgroep. Die stuurgroep kan dan eventueel besluiten om er een verbeterproject voor te starten, onder leiding van een Blue, Green of Black Belt. “Maar of er nu kleine of grote verbeteringen worden doorgevoerd: no data no talk,” benadrukt CEO Luc Smets. “Dus altijd éérst analyseren, dan verbeteren en dan borgen.”

De invoering van Lean Six Sigma bij Independent Belgian Refinery (IBR), een middelgrote olieraffinaderij in de haven van Antwerpen, gebeurde rustig en gefaseerd. In dat licht is het opmerkelijk hoe snel IBR, onder begeleiding van adviesbureau Q-Consult, een complete verbeterstructuur wist op te zetten. Compleet, inclusief het geven van richting en het terugkoppelen van resultaten en hulpvragen. “Een deel van de verklaring is dat wij in 2012 een doorstart maakten. We moesten dus wel verbeteren, er was een burning platform,” vertelt Luc Smets, CEO van IBR. “Bovendien werd een kwart van het personeel ingevuld met nieuwe mensen, inclusief mijzelf. Dat bleek een goed moment om een grote verandering door te voeren.”
Lees dit artikel
pag. 16

NewFoss verbaast Wageningse onderzoekers met nieuw bioraffinageproces

Directeur Geert van Boekel: ‘De kracht zit hem in de eenvoud’ NewFoss in Zeeland (Noord-Brabant) is het als eerste gelukt een installatie te ontwikkelen die bij dagtemperatuur een stroom van bermgras en bladeren volcontinu kan omzetten in waardevolle deelstromen. Wageningse wetenschappers zijn hierover hoogst verrast. Eind maart neemt het bedrijf zijn eerste installatie op commerciële schaal in gebruik. Directeur Geert van Boekel claimt dat het omzettingsproces eenvoudig is te besturen en zonder subsidie kan draaien.

Sinds ruim dertig jaar onderhoudt de firma Van Boekel (waarvan New- Foss de jongste telg is) bermen van wegen. Dit levert afval zoals bermgras, snoeihout, blikjes, et cetera op. “We waren al jaren op zoek naar een hoogwaardige toepassing. Eén van de mogelijkheden was om dit afval na het verwijderen van zwerfafval uit te strooien op het land. Vergisten is beter, raffineren nog veel beter. De bioraffinage is op zichzelf niet nieuw en kent vele vormen. Wij hebben als eerste de moeilijkste stroom opgepakt: gras en bladeren met diverse verontreinigingen. Dit is tweedegeneratie biomassa die we kunnen opwaarderen. Momenteel zijn we in gesprek met het ministerie van Economische Zaken over het aanpassen van de regelgeving, want bermgras staat te boek als afval en dat legt beperkingen op. Je kunt van het gras ondermeer vezels maken voor karton maar die mogen niet in voedselverpakkingen gebruikt worden, omdat de vezels afkomstig zijn van ‘afval’. Op het ogenblik verwerken we hier gemaaid natuurgras afkomstig van de terreinen van Staatsbosbeheer in een proefinstallatie tot vezels die worversiteit. den toegepast in biobased eierdozen. Die bestaan voor de helft uit vezels van NewFoss en liggen in de schappen van grote supermarkten in Nederland. Als de regering duurzame ontwikkeling en met name de toekomst voor bioraffinage van reststromen in Nederland serieus neemt, moet ze de wet- en regelgeving snel veranderen,” aldus Van Boekel.
Lees dit artikel
pag. 22

Leiderschap en ketenverantwoordelijkheid

Nieuwe voorzitter Anton van Beek van Veiligheid Voorop Anton van Beek, de nieuwe voorzitter van Veiligheid Voorop, sprak tijdens de Veiligheidsdag voor Brzo-bedrijven op 6 november in Baarn de ambities van de campagne uit. Zo moet de aansluitingsgraad van de Brzo-bedrijven uit de chemieketen bij Veiligheid Voorop worden vergroot tot minstens 80 procent. Daarvoor zullen acties in gang worden gezet om bedrijven actief te gaan benaderen.

In het dagelijks leven is Anton van Beek president en voorzitter van de Raad van Bestuur van Dow Benelux en verantwoordelijk als vicepresident voor de coatingbusiness in Europa. Eén van zijn nevenactiviteiten is Veiligheid Voorop. Verder zit Van Beek in het bestuur van de chemiekoepel Vnci en werkgeversorganisatie VNO/NCW. Hij werkt sinds 2009 bij Dow en eerder werkte hij onder meer bij Basf en Rohm and Haas. Van Beek: “Veiligheid Voorop is een actieprogramma dat VNO-NCW samen met de industriebranches uit de chemieketen heeft opgesteld waarmee de brancheorganisaties sinds eind 2011 uit de chemieketen de veiligheidsprestaties van de chemie naar een nog hoger niveau willen brengen. Een groot aantal brancheverenigingen, waaronder VNO-NCW, Vnci, Vnpi, Votob, Vhcp, Vomi, Nvdo, Profion en Vvvf heeft zich ook aangesloten bij het actieprogramma. Voor al die bedrijven geldt dat het onderwerp veiligheid belangrijk is voor hun ‘license to operate’. Aanleiding was weliswaar de grote brand bij Chemie Pack in Moerdijk maar vanuit mijn achtergrond was veiligheid altijd een onderwerp dat meer aandacht verdiende. Ik denk dat incidenten slechts de druppel waren die de emmer deed overlopen.”
Lees dit artikel
pag. 28

PPA-dag 2015 over efficiency, veiligheid, integratie en modelling

Als je niet meet, kun je ook niet bijsturen Op 12 februari was het weer tijd voor de jaarlijkse update van de productie- en procesautomatisering van FHI op de PPA-dag. Met zo’n 225 mensen goed bezocht en met drie plenaire presentaties en zo’n twaalf specifieke, waarvan het gros bovendien van een inhoudelijk hoog niveau, kreeg de bezoeker heel wat handvatten om zijn eigen plant verder te ontwikkelen. De cloud en dus big data, models en IT waren ook hier weer de thema’s van veelal voorbeelden uit de praktijk.

Vera Lourenço van Trespa International BV en René Tassche van Friesland Campina belichtten als eerste model based process control binnen hun organisatie. Het hoeft geen betoog dat process modelling, oftewel realtime controle, first time right en real time releases genereert en door de vermindering van de foutkans en het voorkomen van productvariatie efficiënter en sneller werkt. Maar zo hield Tassche de toehoorders voor, welk systeem moet je kiezen? Want de variabelen zijn legio: toeleveranciers, proces en product bijvoorbeeld. Bovendien vereist het een gedragsverandering bij alle betrokkenen. En al deze factoren behoren op zich al tot een apart proces dat hoe beter gecontroleerd, en dat vereist op zich weer samenwerking en de juiste mensen, hoe beter het resultaat. Tassche gaf als tip mee goed te overwegen waar wel en niet sensoren aan te leggen. Want hoe meer hoe arbeidsintensiever om alles bij te houden. Verkeerde moeite als het geen toegevoegde waarde biedt. “Maar als je niet meet, kun je ook niet bijsturen.”
Lees dit artikel
pag. 30

Energiezuinige concentratie van processtromen

Aquastill timmert met membraandestillatie aan de weg “Met membraandestillatie kun je in één stap van zoutwater of afvalwater schoon water maken, en dat met relatief weinig energie en onderhoud. Op die manier kun je niet alleen gemakkelijk aan schoon water komen maar ook productstromen concentreren om daar waardevolle producten uit te halen. Deze technologie is inmiddels beschikbaar voor de markt,” zegt Bart Nelemans, directeur van Aquastill in Sittard.

Aquastill is een van de vijf bedrijven in de wereld die in staat zijn om modules voor membraandestillatie te leveren. Het bedrijf heeft contacten met in totaal vijftig bedrijven en dertig universiteiten en onderzoeksinstituten. Diverse bedrijven testen de proefinstallaties van Aquastill of hebben dat al gedaan. Bart Nelemans verwacht dat de verkopen vanaf 2016 gaan lopen. Hij legt uit dat Aquastill bij membraandestillatie gebruik maakt van hydrofobe membranen, die ondermeer van ultrahoog moleculairgewicht polyetheen zijn gemaakt. Net als bij Goretex®-kleding en -schoenen houdt zo’n hydrofoob membraan water tegen maar laat het waterdamp door. Bij een unit van Aquastill stroomt bijvoorbeeld zeewater van 20 tot 25 graden Celsius naar binnen, neemt daar condensatiewarmte op en verlaat de unit weer op een temperatuur van 70 graden. Buiten de unit krijgt het nog een ‘oppepper’ van 10 graden, waarna het bij 80 graden de unit op een andere plaats weer ingaat. Daar stroomt het langs het hydrofobe membraan. Door de hoge temperatuur is de dampspanning van het water hoger. Er verdampt water dat het membraan passeert en vervolgens afkoelt en condenseert.
Lees dit artikel
pag. 34

‘Naleving Europese regels voor chemische stoffen nog niet op orde’

Onderzoek van gezamenlijke inspectiediensten Chemische stoffen worden wel goed geregistreerd in het kader van de Reach-wetgeving maar de informatie over risico’s en toepassingen in de keten zijn onder de maat. Dat concluderen de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), Nederlandse Voedselen Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op basis van gezamenlijk uitgevoerde controles. Onlangs verscheen een gezamenlijk rapport.

De samenwerkende inspectiediensten doen veel aan nalevingbevordering van de Reach- en de CLP-Verordening. In 2013 voerden de inspectiediensten samen bijna negenhonderd inspecties uit binnen het kader van deze wetgeving. Daarnaast gebruiken ze communicatieinstrumenten (zoals workshops) om de naleving te verbeteren. Ook zelfinspectietools worden ingezet. Zo worden veel meer bedrijven bereikt dan alleen met controles. De doelgroep van de regelgeving is echter groot en de regels zijn complex en vragen veel inzet van bedrijven om die na te leven, vooral als er met veel verschillende stoffen en mengsels wordt gewerkt. Al met al zal het een tijd duren voordat over het geheel een positieve trend in de naleving zichtbaar zal zijn, menen de inspectiediensten. Daarnaast treedt de regelgeving gefaseerd in werking en zullen er jaarlijks nieuwe stoffen worden vastgesteld waarvoor restricties of een autorisatieplicht gaan gelden. Daardoor kunnen de naleefcijfers op onderdelen ook tijdelijk een teruggang laten zien. De conclusies uit de naleefcijfers van 2013 zijn vergelijkbaar met die van 2012. Overigens komen er binnenkort nog actuelere cijfers aan. In het jaarrapport van ILT wordt aandacht besteed aan het onderwerp. Het verslag verschijnt nog dit voorjaar.
 
 .
 .
 .