Tekst: Vincent Hentzepeter

De belangstelling voor de ‘energietransitie’ resulteerde in een goede opkomst tijdens de ‘Ronde Tafel Duurzaamheid’ die tijdens de combibeurs Solids en Pumps & Valves Rotterdam werd georganiseerd. Deelnemende leveranciers hebben de technologieën klaar staan om fors op het energieverbruik te besparen en zo de CO2-uitstoot te reduceren.

Afgevaardigden van de droge en natte procesindustrie lanceerden tijdens het rondetafelgesprek hun praktische oplossingen waarmee de industrie de emissies de komende jaren fors omlaag kan brengen. Op het podium stonden Dinnissen Process Technology, Gorman-Rupp Europe, Hosokawa Micron en Van Beek Schroeftransport. Ze kwamen niet met vergezichten over de techniek van de toekomst, maar leverden boter bij de vis. Tientallen procenten terug in uitstoot is nu al mogelijk. De technologie is er klaar voor, nu is de industrie aan zet. Die lijkt nog wat te aarzelen. Aan de reacties uit de zaal af te lezen is ‘energietransitie’ voor menigeen nog een ver-van-mijn-bed-show.

Zonnedaken

Op het podium stonden salesmanager Rieks Reyers namens Dinnissen, algemeen directeur Chris van der Gaag van Gorman-Rupp Europe, Perry Verberne, Machevo-voorzitter en directeur van Van Beek, en manager sales & marketing Berthram Mak namens Hosokawa Micron. Alle vier hebben ‘energietransitie’ in chocoladeletters in hun strategische visie geschreven. De eerste stappen zijn ook al gezet, te beginnen bij de productie van machines. Dinnissen zet volgens Rieks Reyers binnen de eigen processen op diverse fronten in op duurzaamheid. “We hebben zonnecellen laten installeren op het dak van de oude en nieuwe fabriekshallen. Daarmee wekken we genoeg energie op om klimaatneutraal te kunnen produceren, mede door energiebesparingen in ons proces. De nieuwe fabriekshal is ingedeeld op minimaal intern transport.”

Startups

Zonnepanelen liggen trouwens ook op de daken van Gorman-Rupp, Van Beek en wereldwijd bij Hosokawa Micron. Van der Gaag: “Ons zonnedak maakt ons eigen proces energieneutraal. Intern kun je, zoals Rieks aangeeft, ook nog van alles doen. Ook al eens gedacht aan het vervangen van traditionele schoonmaakmiddelen door alternatieven op basis van natuurlijk ingrediënten? Een hele mooie startup is Peel pioneers die grondstoffen voor reinigers uit sinaasappelschillen wint. Wij hebben nu reinigingsmiddelen in de productie en werkplaats vervangen door een biologisch afbreekbare variant. Daarmee kun je gelijk dit soort startups steunen!”

Minder logistiek

Mak: “Naast dat we voor onze gebouwen, bedrijfsvoering en fabricage in diverse Hosokawa-locaties zonne-energie opwekken, kiezen we voor ledverlichting en een centraal persluchtsysteem. Met computergestuurde regeling van werktuigmachines – ons hele CNC-machinepark is gemoderniseerd – verlagen we de carbon footprint van het primaire fabricageproces van de apparatuur. Binnen onze logistieke processen realiseren we minder logistieke bewegingen door nieuwe en slimmere inrichting en routing tussen bewerkingscentra binnen het eigen fabricageproces en van assemblage en eindmontage. Onze nieuwe centrale locatie voor verzending, ontvangst en opslag van onderdelen en machines is in dit kader het noemen waard. “

Reduce, Re-use, Recycle

Bij Van Beek is circulariteit van installaties al jaren belangrijk in het ontwerp. Machines worden zo gemaakt dat ze gereviseerd kunnen worden, en er wordt nagedacht over hergebruik van componenten in het eindstadium. Verberne. “Wat betreft circulariteit baseer ik me met name op onze terugkoopgarantie en refurbished programma. Bij duurzaamheid worden vaak de 3 R’s van Reduce, Re-use en Recycle gehanteerd. Wat mij betreft is hergebruik van machines dus een prima invulling van dit principe, aangezien daardoor ook minder nieuwe machines gemaakt hoeven worden. Door goed onderhoud kunnen machines langer meegaan. Dit bevordert dan ook het minder snel hoeven te kopen van nieuwe machines. Goed onderhoud kan veel energie besparen en minder nieuwe machines bouwen scheelt in de grondstofketen. Kortom, allemaal winst.”

Efficiëntere elektromotoren

Het inbouwen van moderne elektromotoren kan een fors verschil maken in energieverbruik. Alle deelnemers gaven aan hun apparatuur zo veel mogelijk met deze motoren uit te rusten. IE4-motoren staan voor superpremium efficiëntie volgens de standaarden van de International Electrotechnical Commission. De IEC ontwikkelt en publiceert de algemene internationale normen voor elektrische componenten en apparatuur. Nu IE4 is uitgerold, is IE5 de volgende stap in zuinigere motoren. De parameters van deze efficiëntieklasse zijn nog in ontwikkeling. Naar verwachting van de IEC zullen motoren in deze nieuwe klasse het energieverlies met ongeveer 20% verminderen ten opzichte van de IE4-motoren. Rieks Reyers. ‘Ja, we bouwen dat type energiezuinige motoren in.” Mak ziet op het vlak van elektromotoren nog veel laaghangend fruit hangen. Want IE4 is absoluut nog geen standaard in de industrie. “Bedenk dat het toepassen van elektromotoren met de IE3 efficiëntieklasse pas sinds 1 juli 2021 van kracht is voor praktisch alle motoren! Maar het kan nog veel zuiniger, want het rendement neemt, afhankelijk van het vermogen en gebruik, tussen de 2 en 10% per stap in de klasse toe. De vervanging van bestaande oude elektromotoren door efficiëntere motoren levert direct en veel energiewinst op.”

Besparen op perslucht

Een stille energievreter in de (droge)procesindustrie is perslucht. Het kost veel energie die op te wekken, en persluchtsystemen willen nog wel eens lekken. Hier wordt veel te weinig bij stil gestaan, stelt Perry Verberne. “En dat is zonde. Over nut en noodzaak van het controleren van luchtafdichtingen hebben wij een whitepaper geschreven. Als vuistregel gebruik ik dat 1 kuub perslucht ongeveer 2,5 eurocent kost – uitgaande van een elektriciteitstarief van +/- 0,20 euro per kWh. De jaarlijkse kosten voor perslucht lopen daardoor gauw op. Stel je produceert 100 kuub perslucht per uur met een compressor van 11 kW. Dan zit je in een uurtje al op 2,5 euro! Dat gaat dus heel hard. Wat dat voor individuele gevallen aan kosten is, valt lastig te becijferen. Dat hangt af van het soort afdichting, het aantal afdichtingen, en de exacte staat van de afdichtingen, etc. Maar ik wil er maar mee zeggen dat er meer bewustzijn rond dit onderwerp mag komen. We hameren erop bij onze klanten dat ze hun persluchtsystemen op orde hebben. Alles wat je daar bespaart, is winst voor het milieu en je portemonnee!”

Hernieuwbare brandstof

Chris van der Gaag stelt dat het gebruik van duurzame brandstoffen tot een enorme uitstootreductie kan leiden. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, omdat de motoren van de pompen hiervoor aangepast moeten worden. Gormann-Rupp heeft dit traject nu succesvol doorlopen en biedt daarmee pompgebruikers een veel duurzamer alternatief. “Onze dieselaangedreven pompsets zijn vrijgegeven voor het gebruik van 100% HVO niet-fossiele brandstof. Dat is diesel geproduceerd op basis van met waterstof behandelde plantaardige oliën en restafval, zoals dierlijke vetten. Daarmee bereik je een ISCC- gecertificeerde CO2-reductie van 89%.” Helaas is die indrukwekkende milieuwinst onvoldoende om de markt massaal over de streep te trekken, ziet ook Van der Gaag. Als kosten voor de baat uitgaan hebben gebruikers een duwtje in de rug nodig. “Overheden als gemeenten en waterschappen moeten hierin het voortouw nemen. Zij kunnen heel eenvoudig voorschrijven dat het gebruik van dergelijke brandstoffen bij bouwprojecten binnen hun verantwoordelijkheid op zijn minst de voorkeur geniet, zo niet verplicht gesteld moet worden. Zonder de dwingende vraag vanuit de eindklant zal de markt hier niet zomaar op overstappen. Technisch zie ik geen obstakel. De aanpassingen aan de motor en brandstofsysteem zijn voor een professionele OEM-fabrikant prima te doen.” Overstappen op elektrische apparatuur zet eveneens zoden aan de dijk, voegt hij toe. Zijn bedrijf ontwikkelt daar complete oplossingen voor. “Voor elektrificatie van de mobiele vloot, waarbij we zelfs een concept hebben ontwikkeld om elektrische pompsets aan te kunnen sluiten op een auto-oplaadpunt.”

Lijnoptimalisatie

Processen als mengen en drogen kosten nu eenmaal veel energie. Juist hier valt met technische optimalisatie bij het ontwerp van installaties nog veel winst te behalen. Cruciaal daarvoor is een goede samenwerking tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij het ontwerp en de installatiebouw, stelt Mak. Door technische onderdelen goed op elkaar af te stemmen kan een installatie als totaal zuiniger draaien en kan er bijvoorbeeld door warmteterugwinning veel energie worden bespaard. “Denk bij lijnoptimalisatie ook aan het optimaal op elkaar afstemmen van bestaande en nieuwe productieprocessen voor een hogere productiviteit. En denk aan het uitrusten van installaties met Internet of Things. Dat verhoogt de uptime, en dus het rendement en de productie, en kan een besparing van 10% of meer opleveren in de uitstoot.”

Heter = zuiniger

Het investeren in zuiniger installaties zet eveneens zoden aan de dijk. Mak: “Wij hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van efficiëntere maal- en classificeerinstallaties die tot wel 25% of soms zelfs nog meer minder stroom gebruiken. We hebben onze convectieve droogtechnologieën doorontwikkeld en weten met hogere luchttemperaturen een energiebesparing te bereiken tot 25%.” Dat zit zo: “Een luchttemperatuur van 600-650 °C maakt het mogelijk je apparatuur kleiner uit te voeren, wat per saldo deze lagere carbon footprint oplevert. Bij onze conductieve droogtechnologieën is de besparing ook altijd nog 10% of meer.” Andere optimalisaties leveren juist verderop in het proces winst op. “We weten uit studies naar productbeweging in mengers en mengwerking dat verbetering van efficiëntie daar relatief weinig elektrische energiebesparing oplevert, maar wel een merkbaar hogere lijnproductiviteit oplevert.” Opstartverliezen kosten geld én energie. Dinnissen heeft zijn mengapparatuur daarom ontworpen om dit tot een minimum terug te dringen. “Optimalisatie van mixprocessen is bij onze apparatuur niet nodig”, stelt Reyers. “De Pegasus menger is binnen 30 tot 45 seconden klaar.”

FAT/SAT op afstand

Dinnissen heeft gedwongen door de coronapandemie vaart gezet achter commissioning van installaties op afstand. Voor de zogenoemde Site Acceptance Tests moest altijd personeel ingevlogen worden. Voor Factory Acceptance Tests moest de klant naar de fabriek komen. Beide gingen gepaard met veel vliegbewegingen. Toen dit ineens niet meer mogelijk was, werd het op afstand testen een serieus alternatief. “We kunnen wel stellen dat ingebruikname van nieuwe proceslijnen via remote controls de nieuw standaard is geworden bij ons. En niet onbelangrijk: tot zeer grote tevredenheid van de klant. Danone Argentinië heeft zelf een bericht geplaatst op LinkedIn, waarin ze hun waardering laten blijken over onze aanpak. We hebben de FAT bij Dinnissen met camera’s gedaan: een succesvolle remote FAT, zonder dat Danone personeel ter plekke was. De commissioning bij Danone Argentinië is ook met camera’s gedaan: een succesvolle SAT zonder aanwezigheid van ons personeel.” Of ‘remote’ de standaard wordt na COVID-19, is afwachten. “Remote is niet ideaal, maar wel werkbaar gebleken in periode met COVID-19. Klanten accepteren de randcondities en willen zelf ook verder. Opvallend is wel dat Danone dit protocol internationaal wil uitrollen, dus ‘remote’ blijft denk ik in de toekomst een belangrijke rol spelen. Dat het tijd en kosten spaart maakt het extra interessant. Onze omzet stijgt, terwijl de reisbewegingen dalen.”

Duurzame strategie

Op de vraag ‘wie er actief met duurzaamheid bezig is’ bleef het opvallend stil in de zaal. Bedrijven zijn vooral bezig met procesoptimalisatie of hun park draaiende te houden. Het thema energietransitie staat nog niet bij iedereen even scherp op het netvlies. De leveranciers aan de ronde tafel zien dat ook. Waar de één voor de troepen uitloopt, wacht de ander rustig af. Reyers: “Het invulling geven aan duurzaamheid is bij klanten sterk verschillend. De ene klant is hier veel meer mee bezig dan de andere. Wij hadden bijvoorbeeld een klant die wilde weten met hoeveel vrachtwagens wij zouden komen vanwege de CO2-uitstoot, die rekent alle milieubelasting door, terwijl een ander daar niet eens bij stilstaat.” Van der Gaag: “Zeker is dat duurzaamheid steeds meer begint te leven, al is dat nog lastig te kwantificeren. Maar er duidelijk een trend zichtbaar, wij noemen dit markt en mentaliteit. Wij kiezen duidelijk vanuit ons als leverancier voor een duurzame strategie omdat we ervan overtuigd zijn dat bedrijven die dat niet doen, over vijf jaar niet meer relevant zullen zijn.” ●

Energietransitie