Monstername binnen voedingsmiddelenprocessen is een vak apart en verschilt per applicatie. Toch zijn er 4 punten die altijd gelden wanneer je een monsternamepunt gaat plaatsen. <b>1. Locatie</b> De plek van het monsternamepunt is essentieel. Zo kan de hoek waarin je een poedermonster neemt al bepalend zijn voor de representativiteit. Doodlopende leidingen genereren altijd een dode hoek waardoor je of veel verlies hebt of een monster krijgt dat nog van een oude batch kan zijn. <b>2. Tussendoor reinigen</b> Wanneer je uit een batch of uit een continue lijn meerdere monsters neemt, is het belangrijk dat je het monsternamepunt tussendoor kunt reinigen. Zo voorkom je crosscontaminatie met product van bijvoorbeeld een uur geleden én je gaat contaminatie van buitenaf tegen. In het geval van poedermonstername kun je bijvoorbeeld de schroef tegen de klok in laten draaien na het bemonsteren. Hierdoor leegt de schroef zich en kan er geen contaminatie ontstaan. Bij vloeistofmonstername moet je het monsternamepunt zo kiezen dat het zodanig gespoeld kan worden dat het volgende monster exact dezelfde condities heeft. <b>3. Nature versus nurture</b> Juist gekozen monstername-apparatuur zal altijd hygiënisch of, afhankelijk van het proces, steriel zijn. Dit wil je natuurlijk zo houden. Laboranten, operators, kwaliteitsmensen en technische dienst hebben allemaal met de monsternamepunten te maken. Wanneer zij hier niet goed mee omgaan, bijvoorbeeld door het niet te beschermen tegen ‘slechte’ invloeden van buitenaf, zal het monster nooit betrouwbaar zijn. <b>4. Opvangen en verplaatsen monster</b> Representatief betekent dat het monster dat je in je hand houdt identiek is aan het product dat je aan het bemonsteren bent. Denk dus goed na over hoe je het monster gaat vervoeren naar het laboratorium. Of je dat nou doet in een monsternamefles, monsternamezak of in een bekertje, zorg dat je erover nadenkt. Kortom, voor een betrouwbaar monster moet je alle omstandigheden in kaart brengen.