De intentie is prijzenswaardig. STIHWI wil industriële gebruikers zekerheid geven over de beschikbaarheid en prijs van groene waterstof, terwijl producenten en importeurs zekerheid krijgen over afname. Zo moet het gat tussen ‘grijze’ en hernieuwbare waterstof worden gedicht en moet de energietransitie een zetje krijgen.
Toch blijft de vraag: hoe werkbaar is deze regeling in de praktijk? Zoals het ministerie het formuleert, moet je als bedrijf onder andere langjarige leveringsovereenkomsten sluiten, binnen drie maanden na subsidieaanwijzing een investeringsbesluit nemen en de periode moet het jaar 2030 omvatten. Die harde randvoorwaarden bieden weliswaar duidelijkheid, maar ze leggen ook een enorme druk op bedrijven die nog midden in hun besluitvorming zitten.
In recente kennissessies bleken veel deelnemers ook met onzekerheden te worstelen: definities, termijnen en samenhang met andere waterstofinstrumenten waren niet altijd even helder. En juist bij complexe subsidies is helderheid essentieel om daadwerkelijk beweging te creëren.
Als gas- en vlamdetectiespecialist zie ik bovendien dat méér waterstof ook méér aandacht voor veiligheid betekent. Waterstof is licht en ontvlambaar. Een kleine lekkage kan grote gevolgen hebben. Dus als STIHWI leidt tot meer groene waterstof in industriële omgevingen, moet veiligheid meegroeien.
Laten we daarom hopen dat de subsidieregeling niet alleen ambitieus is in doel, maar ook werkbaar in uitvoering. De transitie is niet alleen een kwestie van moeten, maar ook van kunnen.
Peter Adema
specialist gas- en vlamdetectie bij Hitma