Dit is een technische tekening van een industriële koelinstallatie, waarop een add-on warmtepomp is geplaatst die met twee leidingen aan de koelinstallatie is verbonden. De compressor van de add-on warmtepomp staat in serie met de compressor van de koelinstallatie.
Dit zorgt voor een extra verhoging van de druk van de persgassen uit de koelcompressor, waardoor de condensatietemperatuur verder toeneemt tot bijvoorbeeld 70 °C. De onder hoge druk staande persgassen uit de warmtepompcompressor stromen door de condensor en geven hier warmte af aan het te verwarmen medium, bijvoorbeeld schoonmaakwater. Bij een condensatietemperatuur van 70 °C kan het schoonmaakwater tot 65-70 °C worden verwarmd. Door warmteafgifte aan het water zal het koudemiddel condenseren. Het gecondenseerde koudemiddel uit de condensor wordt vervolgens in druk verlaagd en teruggevoerd naar de koelinstallatie.
De persgassen die uit de koelinstallatie komen, hebben een condensatietemperatuur van 25-30 °C, maar zijn oververhit tot 60-100 °C. Deze oververhitting wordt weggekoeld met een ‘intercooler’ voordat het koudemiddel verder wordt gecomprimeerd. Dit koelen gebeurt door een gedeelte van het vloeibare koudemiddel uit de condensor van de warmtepomp toe te voeren aan de persgassen. De intercooler zorgt ervoor dat de compressor van de warmtepomp efficiënter werkt en voorkomt te hoge temperaturen aan de uitlaat van de warmtepompcompressor. Hitte kan namelijk de compressorolie afbreken.
De warmtevraag van het water dat door de condensor stroomt regelt de capaciteit van de warmtepompcompressor. Daarom kan de capaciteit – en daarmee de hoeveelheid persgassen die door de warmtepompcompressor wordt aangezogen – variëren. De condensor uit de koelinstallatie zorgt ervoor dat de resterende persgassen worden gecondenseerd. Dit brengt alleen de benodigde hoeveelheid restwarmte naar een hoger temperatuurniveau.
Industriële warmtepompen volop in ontwikkeling
Industriële warmtepompen: duurzame krachtpatsers voor verwarming