Prima bij nieuwbouw, maar minder vanzelfsprekend in bestaande installaties of bij diameters vanaf pakweg DN100 en groter.
En juist daar vind ik het interessant worden.
In bijvoorbeeld koelsystemen van datacenters zie je steeds vaker grote leidingen waarin enorme hoeveelheden water circuleren. Het meten van debiet is daar geen luxe, maar essentieel voor energiebeheer en bedrijfszekerheid. Tegelijkertijd is het stilleggen van zo’n installatie om een flowmeter te plaatsen vaak simpelweg geen optie.
De vraag die ik regelmatig krijg: hoe meet je daar dan toch betrouwbaar, zonder ingrijpende aanpassingen?
Een oplossing zit in insteek-magnetische flowmeters. In plaats van een volledige leidingsectie te vervangen, plaats je een sensor in de bestaande leiding. Dat kan zelfs onder druk, met behulp van een afsluiter of hot-tapconstructie. De installatie blijft dus in bedrijf, wat in veel situaties doorslaggevend is.
Technisch gezien werkt het principe hetzelfde: meten op basis van inductie in een geleidende vloeistof (met een minimale geleidbaarheid van circa 20 µS). Het verschil zit vooral in de mechanische uitvoering en de flexibiliteit. Eén type instrument kan vaak meerdere leidingdiameters afdekken, tot wel 900 mm, zonder dat je een complete ombouw nodig hebt.
Betekent dit dat insteek altijd beter is? Nee. Maar bij bestaande installaties en grote diameters is het vaak een pragmatische en economisch verantwoorde keuze.
En soms is dat precies wat je nodig hebt: geen perfecte oplossing op papier, maar de beste oplossing in de praktijk.
Marcel van Kesteren
Instrumentatiespecialist bij Hitma