Onderzoekers van de TU Delft hebben een manier gevonden om schadelijk DNA in afvalwater te kwantificeren. Met een combinatie van filtratie- en adsorptietechnieken blijkt het te lukken om extracellulair DNA uit afvalwater te isoleren en te zuiveren, en het van bacteriën te scheiden. Zo is te bepalen welk gedeelte van het genetisch materiaal in afvalwater vrij DNA is. Daarmee kan een begin gemaakt worden met het inventariseren van dit mogelijke probleem. Deze problematiek wordt snel urgenter door het toenemende gebruik van genetisch materiaal voor onder meer industrieel gebruik en in medicatie. Dit verhoogt de risico’s op milieuvervuiling door genetisch gemodificeerd DNA via afvalwater of andere kanalen. Vrij DNA, dat zowel natuurlijk als kunstmatig kan zijn, is mogelijk schadelijk voor de volksgezondheid en de natuur, stelt onderzoeker David Weissbrodt van de TU Delft in een officieel bericht over het onderzoek naar aanleiding van een publicatie in Water Research. “Neem bijvoorbeeld genen die betrokken zijn bij antibioticaresistentie. We weten dat micro-organismen in staat zijn om losse genen die ze tegenkomen op te nemen in hun genoom, al weten we niet precies hoe. Op die manier zouden vrije genen die verantwoordelijk zijn voor antibioticaresistentie dus weer in een levend organisme terecht kunnen komen.” Doordat de genen het organisme een evolutionair voordeel geven, worden ze doorgegeven aan het nageslacht, stelt hij. Dit kan de opkomst van antibioticaresistente bacteriën versnellen. Het doel is om 2022 een goed beeld te hebben van de hoeveelheid en het soort vrij DNA in het afvalwater.