In een Finse fabriek wordt een kabel van 325 kilometer lang gefabriceerd. Die vormt vanaf 2019 de onderzeese gelijkstroomverbinding tussen Denemarken en Nederland. Deze zogenaamde Cobra, een aluminiumkern met verschillende lagen kunststof, lood, en metalen eromheen, kan overtollige (wind) energie naar Nederland brengen. Zulke kabels worden ook gebruikt om windparken met het vaste land te verbinden om de stroom te transporteren. Kabelmaker Prysmian ontwikkelt die kabels steeds verder door. Tenslotte moeten ze misschien wel decennialang ongestoord hun werk doen op de zeebodem. Zo wordt er gekeken naar hogere voltages, betere isolatiematerialen en meer gelijkstroomkabels om de transportverliezen te beperken. Er is bijvoorbeeld een nieuw type isolatiemateriaal ontwikkeld waarbij het ontgassen, nu nog zes weken verloren tijd, in het productieproces kan worden overgeslagen. Een ander aandachtspunt vormt het gewicht. Nu legt de Giulio Verne aan, het grootste Prysmian-schip, 7000 ton kabel per trip, equivalent aan 50 kilometer zeebodem. Voor de windparken verder op zee is heen en weer moeten om nieuwe kabel te halen wel erg omslachtig.