Tekst: Ton Bol | Illustratie: Mieke Roth

Voor het meten van laag-debiet gasflows in laboratoria en pilotplants zijn eigenlijk maar twee types flowmeter geschikt: VA-meters (ook bekend als vado-meters of vlottermeters) en thermische flowmeters (massaflowcontrollers, MFC’s). Klik op de link naar de infographic voor een zij-aan-zij vergelijking van de voor- en nadelen van beide methodieken.

VA-meter

De standaard VA-meter bestaat uit een rechtopstaande, conische buis, waarvan de onderzijde smaller is dan de bovenzijde, met een vlotter erin. VA-meters worden ook wel vado-meters (van variabele doorlaat) of vlottermeters genoemd. Het gas (of de vloeistof) stroomt er van onder naar boven doorheen. De vlotter wordt door zijn massa omlaag getrokken, het stromend medium drukt hem juist naar boven. Hoe hoger de vlotter komt, des te groter is het doorstroomde oppervlakte in de meetbuis. De vlotter zoekt dus het evenwicht tussen de zwaartekracht en de stuwende kracht van het medium. Gebruikers lezen de schaal visueel uit, er is geen meetsignaal beschikbaar. Soms wordt een naaldventieltje gebruikt om de flow te regelen.

Thermische flowmeter

Een thermische flowmeter meet de flow door middel van een sensor die afgekoeld wordt door het medium dat erlangs stroomt. De sensor reageert op de hoeveelheid afgevoerde, kinetische energie. Dat maakt een thermische flowmeter een stuk nauwkeuriger dan een VA-meter. Druk en temperatuur hebben, in tegenstelling tot bij de VA-meter, vrijwel geen invloed. Bij lagere flows, tot enkele honderden liters per minuut (uitgedrukt in Normaal Liter per Minuut, waarbij Normaal staat voor het volume van het medium bij 0 °C en 1 atmosfeer), wordt de bypass techniek toegepast. Bypass flowmeters worden ook wel scientific flowmeters genoemd. De gas massaflowmeter (MFM) kan zijn voorzien van een regelklepje (om de gasflow te regelen). Dan heet het instrument een massaflowcontroller (MFC).

Meet en regeltechniekmassaflowmetersmassaflowcontrollerVA-meterMFC's