Alles over processing en handling van vloeistoffen en gassen

FluidsProcessing.nl
Zoeken

   

   

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!
Lees de maandelijke nieuwsbrief.

Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

Fluids Processing nummer 3

Hieronder vindt u een overzicht van de artikelen verschenen in nummer 3 van 2015.
Via de lijst hieronder kunt u het artikel als pdf downloaden. Klik op de cover hiernaast om het gehele blad als bladerversie te openen.

In dit nummer: Cybersecurity een zaak van politie en bedrijfsleven; koeling in kunststof proces; ombemand tankenpark; nabeschouwing Anuga 2015; innovaties in olie- en gaswinning; voorbeschouwing komende beurzen; warmtewisselaars; Brzo-wijzigingen

Verschenen: 05-06-2015

Neem contact op met de redactie

 
Lees dit artikel
pag. 16

Bedrijven ervaren vinkjes zetten vaak als extra belasting

IIR-congres aan vooravond Brzo 2015 Om de veiligheid bij chemische bedrijven in Nederland te borgen, liggen er afspraken vast in Brzo-wetgeving. Brzo staat voor Besluit risico zware ongevallen en is afgeleid van de Europese variant: de Seveso II-richtlijn. Na de eerste versie van 1999 was er inmiddels behoefte aan een aanpassing, vandaar dat Brzo 2015 uiterlijk begin deze zomer het licht zal zien. Aan de vooravond van de invoering ervan hield IIR op 29 april in de Veerensmederij in Amersfoort een bijeenkomst met diverse partijen. Ondanks dat de inhoud nog niet algemeen bekend is, was er al genoeg stof voor discussie.

De kreten vallen steeds weer: Seveso en Odfjell. We hebben inmiddels veel geleerd en borgen dat graag. Vandaar dat Brzo 2015 inmiddels bij de Raad van State ligt. In Nederland vallen ruim vierhonderd bedrijven onder de Brzo-richtlijn. Anneke Raap van het ministerie van I+M hield de ongeveer 150 toehoorders in Amersfoort op 29 april voor dat het niet een echte beleidswijziging betreft maar dat aanpassing en duiding noodzakelijk waren. “We sluiten aan bij de Europese Richtlijnen en Brzo 2015 behoefde vooral wat betreft bijlage 1 nog wat dichter daar naar toe te schuiven. Het kan zijn dat status van bepaalde bedrijven verandert maar uitzonderingen op nationaal niveau zijn nog steeds niet mogelijk.” Bij de risicoanalyse wordt nu ook aangeraden natuurrampen als overstroming en aardbeving door te rekenen. Door schade en schande van Fukushima en Groningen wijs geworden.
Lees dit artikel
pag. 22

Flow- & analysetechnieken in theorie en praktijk

Flow & Analyse event vult 10 en 11 juni 2015 De Kuip De tweede week van juni 2015 zullen de flowspecialisten zich verzamelen voor de tweejaarlijkse bijeenkomst Flow & Analyse event, voorheen Flow & Control show. Hier lopen de echte flow-geïnteresseerden, van kenners tot leken maar allemaal op zoek naar de nieuwste snufjes. En waar iedereen op internet zelf moet uitvinden wat het beste voor een specifieke situatie gaat werken, biedt het Flow & Analyse event de gelegenheid dat van collega’s en professionals te horen. Deze keer vormt de Rotterdamse Kuip de entourage. Bovendien mag iedereen daar aan het einde van de dag een kijkje achter de schermen werpen.

De door FHI georganiseerde, tweedaagse bijeenkomst Flow & Control show wordt traditiegetrouw gehouden in het jaar dat er geen HET Instrument, inmiddels WoTS geheten, plaatsvindt. Het begon allemaal met Flow vandaar de oorspronkelijke naam Flow show. Via een tussenstapje met analyse en control (regeling) werd het Flowac. Inmiddels is control afgehaakt en heeft FHI de naam veranderd in Flow & Analyse event. Maar het draait om instrumentatie en als je veldinstrumentatie en analyseapparatuur bekijkt, zit er overlap in. Wat de bezoeker er kan vinden? De instrument engineer kent zijn proces maar wordt op deze dagen uitgedaagd en ziet waar hij nog meer informatie kan halen. En of het nou mensen zijn die werken als operator, instrumentatie engineer bij een ingenieursbureau of bij een eindgebruiker, er is voor elk wat wils.
Lees dit artikel
pag. 34

Centrale meststoffenopslagplaats aan het water

Triferto breidt onbemand tankenpark uit 24/7 kunnen vrachtwagens worden geladen in de vernieuwde tankterminal van Triferto in Kampen. Nu de meeste kinderziektes er uit zijn, draait de meststoffenopslag zonder problemen. En er is nog genoeg ruimte voor uitbreiding op termijn vertelt Ronald van Hal, Marketing R&D Manager bij Triferto.

Triferto, hoofdkantoor in Doetinchem, is een internationale groothandel van meststoffen, variërend van enkelvoudige meststoffen tot op maat gemaakte NPKformules. Voor dat laatste worden bijvoorbeeld korrels voorzien van een spoorelementen- coating, exact afgestemd op de behoefte van het gewas. In Maïsmest HuniCoat zitten humuszuren verwerkt die de fosfaatbeschikbaarheid in de bodem verbeteren. Alle korrels worden zowel los gestort als gezakt geleverd, in zakken van 10 of 25 kilo en in 600 kg bigbags. Op een zelfde wijze levert Triferto ook speciale vloeibare meststoffen op maat. Niet eens zozeer samengesteld per boer maar wel per grondsoort dus. In Nederland werkt door het loslaten van het melkquotum de veehouder steeds grootschaliger. De grotere melkveestapel vraagt om een betere bemesting van de grond om een hogere gewasopbrengst te genereren. In ontwikkelingslanden daarentegen zorgt de toenemende vraag naar voedsel, die parallel loopt aan de bevolkingsgroei en de stijgende welvaart daar, juist voor investeringen in de landbouw om efficiënter te werken. Beide markten bedient Triferto.
Lees dit artikel
pag. 36

The Bright World of Metals

16-20 juni 2015 Düsseldorf Messe toneel van vier beurzen Meer dan tweeduizend exposanten op ruim 86.200 vierkante meter tentoonstellingsoppervlakte tonen half juni talrijke innovaties. Gifa, Metec, Thermprocess en Newcast staan respectievelijk voor de gieterijbranche, metallurgie-, thermische procestechnologie en precisiegietwerk. Naast Duitsland, dat met 736 bedrijven is vertegenwoordigd, spelen vooral producenten uit Italië, Groot-Brittannië, Frankrijk, China, India en de Verenigde Staten een belangrijke rol op de wereldmarkt en op de vier beurzen.

Het metallurgiebeurzenkwartet Gifa, Metec, Thermprocess en Newcast stevent op de eindstreep af en zal volgens de beursorganisator van 16 tot en met 20 juni met een recordresultaat in Düsseldorf van start gaan. Er wordt dit jaar 86.253 vierkante meter in de hallen 3 tot en met 17 van het beursterrein van Düsseldorf belegd. De lijst van deelnemende landen beslaat de hele wereld en loopt van de A van Argentinië tot de Z van Zweden. Naast Duitsland, dat met 736 bedrijven is vertegenwoordigd, spelen vooral producenten uit Italië, Groot-Brittannië, Frankrijk, China, India en de Verenigde Staten een belangrijke rol. Thematisch ligt de focus van de vier beurzen dit jaar nog meer op resourcebesparing en energie-efficiëntie dan vier jaar geleden. Er worden noviteiten en basistechnologieën gepresenteerd die leiden tot een maximalisering van het rendement en een reductie van de CO2- uitstoot. “Hoewel de vier zelfstandige beurzen er zijn met ieder hun eigen doelgroep en markten, schilderen ze gezamenlijk het complete beeld van de Bright World of Metals,” vertelt beursprojectleider Friedrich- Georg Kehrer.
Lees dit artikel
pag. 38

Energie die je niet gebruikt, bespaar je het gemakkelijkst

Markt voor kunststof warmtewisselaars ontwikkelt zich gestaag Het Nederlandse bedrijf HeatMatrix maakt kunststof warmtewisselaars waarmee bedrijven meer warmte uit rookgassen kunnen halen. Ze besparen hiermee al gauw 5 procent op de gasrekening, waardoor ze de investering in zo’n warmtewisselaar over het algemeen binnen twee jaar terugverdienen. Ondanks de relatief hoge energiekosten en het streven naar CO2-emissiereductie hebben bedrijven in de procesindustrie bepaald geen haast om zo’n warmtewisselaar aan te schaffen.

“De kunststof warmtewisselaar is iets nieuws en maakt geen onderdeel uit van een vervangingsmarkt,” zegt Robert Sakko, directeur technologie van Heat- Matrix. “Wat we verkopen is energiebesparing, iets dat niet kritisch is voor de bedrijfsvoering. Daarom nemen bedrijven rustig de tijd om te kijken of de warmtewisselaar iets voor hen is. Hierdoor duurt het gewoonlijk anderhalf tot twee jaar voordat een opdracht rond is. Dat ervaren andere bedrijven met innovatieve energiebesparende technieken ook.” Gek genoeg vinden veel bedrijven een terugverdientijd van twee jaar nog te lang. Kostenbesparing op termijn maakt het voor bedrijven aantrekkelijk zo’n apparaat te overwegen. Het argument van duurzaamheid speelt doorgaans geen rol, ook al pretenderen bedrijven en hun brancheorganisaties duurzaamheid na te streven. Ook zit het economisch tij bepaald niet mee. Dit is de harde realiteit van de stroom waartegen Sakko en zijn collega’s in moeten roeien.
Lees dit artikel
pag. 42

Voortbouwen op aanwezige unit

Uitbreiding koeltoren bij kunststofproces Rodepa/De Paauw in Hengelo Bij Rodepa/De Paauw in Hengelo komt kunststof via allerlei kanalen binnen. Dit wordt gesorteerd en gedeeltelijk omgezet in korrels. Om deze korrels na de extrusie af te koelen, gebruikt het bedrijf een koeltoren. Bij de nieuwbouw werd een bestaande koelunit uitgebreid met een nieuwe eenheid. Bedrijfsleider Mark Langenhof leidt ons rond.

Bijna zestig jaar na de oprichting staat de tweede generatie van De Paauw aan de leiding: zoon Roy. In de twintig jaar dat hij nu directeur/eigenaar is, heeft hij het bedrijf zo uitgebreid dat de ingezamelde kunststofstroom, de stroom van papier en textiel heeft verdrongen. Mark Langenhof is in 2006 bij Rodepa in dienst gekomen. Hij heeft veel ervaring in de kunststof. “We kopen gesorteerde postindustriële en postconsumenten kunststofstromen in. Bij De Paauw wordt dat eventueel nog verder uitgesorteerd en geperst om zoveel mogelijk homogene kwaliteit in exportcontainers naar de klant te brengen.” “Rodepa houdt zich bezig met daadwerkelijke verwerking tot een grondstof voor de kunststofverwerkende industrie. Daarvoor worden harde kunststoffen geshredderd en gemalen tot maalgoed. Foliën en zachte kunststoffen, maar ook maalgoed van harde kunststoffen en ‘post-consumer’ afval, worden in een extrusieproces verwerkt tot granulaat dat geschikt is voor de folie- en spuitgietindustrie. Jaarlijks produceren wij 20.000 MT regranulaat en 7.0000 MT maalgoed. Een gedeelte daarvan betreft klantspecifieke compounds. Maar we werken ook voor derden als loonverwerker.” De Paauw heeft ook een vestiging in Italië en een in Slowakije die respectievelijk 20.000 ton en 15.000 ton industrieel kunststofafval inkopen. In Slowakije staan ook een shredder en een maalmolen voor verdere verwerking. Bij De Paauw in Hengelo wordt zo’n 75.000 ton per jaar ingekocht.
Lees dit artikel
pag. 46

Korte alkenen voor plastics uit ijzer

Weer een drempel Fischer-Tropsch proces geslecht Er is een nieuwe doorbraak bereikt in het zogenoemde Fischer-Tropsch proces. Een proces waarmee korte alkenen (olefinen) gemaakt kunnen worden. Korte alkenen zijn gassen die een belangrijke rol spelen in de kunststofproductie en bouwstenen vormen voor producten als cosmetica en medicijnen. Naast wetenschappers van de TU Delft werkten mensen van de universiteiten van Londen en Cadiz mee maar ook industrieel partner Dow Chemical Company speelde een rol. Inmiddels heeft de laatste, als sponsor patent aangevraagd om het proces in de toekomst toe te passen en is er een wetenschappelijk artikel gepubliceerd in Nature Communications.

“Het is niet alleen een schot in de roos, de nieuwe vinding is wetenschappelijk goed onderbouwd.” Dat stellen Prof. dr. Jorge Gascon, sinds kort hoogleraar aan de TU Delft en Prof. dr. ir. Michiel Makkee, sinds 25 jaar universitair hoofddocent aan de TU Delft en tevens parttime hoogleraar in Turijn op het gebied van duurzame technologie. Twee jaar geleden kwam de Universiteit van Utrecht al met een vergelijkbare katalysatortoepassing. Maar Delft claimt nu een drie keer actievere en in de meeste gevallen zelfs twintig keer actievere toepassing. Bovendien sluit het productenspectrum van Delft veel meer aan met de vraag uit de markt, zoals meer olefinen en vier keer minder methaan (een niet-gewenst bijproduct). Makkee: “Daarnaast is de stabiliteit van onze katalysator in de tijd significant beter.”
Lees dit artikel
pag. 48

Proefperiode van foam-technologie is voorbij

René Peters over winnen van gas uit nagenoeg lege velden op Noordzee “De proefperiode van het toepassen van schuim in gasputten is voorbij, zowel onshore als offshore. Het is een succes gebleken. NAM was al zeer succesvol met de toepassing van de technologie aan land en Gaz de France is nu ook bezig om de technologie offshore uit te rollen. Als je 10 procent van de miljarden kubieke meters gas alsnog kunt winnen, is dat een behoorlijke hoeveelheid.” Dat zegt René Peters van TNO over het winnen van het laatste beetje gas dat nog valt te halen uit nagenoeg ‘lege’, kleine gasvelden op de Noordzee.

René Peters is binnen TNO verantwoordelijk voor kennisontwikkeling rond gastechnologie en gasinnovatie. Hij is ook verantwoordelijk voor het innovatieprogramma dat onder het topsectorenbeleid van EZ valt. Het ministerie ondersteunt kennisontwikkeling rondom gaswinning. Onderdeel hiervan is het zogenoemde foam-project. Peters: “Doelstelling van het topsectorenbeleid op het gebied van gas is te kijken hoe we in Nederland de maximale hoeveelheid gas nog kunnen winnen uit onze eigen bodem. Op een veilige en milieuvriendelijke manier natuurlijk, maar dan vooral ook kijkend naar de kleine velden in Nederland, niet zozeer het Groningen-veld. Het gaat dan zowel om kleine velden onshore als offshore. We bestuderen slimmere technologieën, zoals nieuwe exploratietechnieken op de Noordzee bijvoorbeeld. In een tweede lijn onderzoeken we hoe we bestaande velden maximaal kunnen leeg produceren.” Hij legt uit: “Normaal haal je uit een gasveld maar 70/80 soms 90 procent van het gas. We kijken naar technologieën om dat laatste restje, die 10-20 procent nog uit de grond te halen. En een derde lijn is te kijken hoe we moeilijke gasvelden kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld tight gas of schaliegas, een gasbron die mogelijk in Nederland aanwezig is. Het foam-project is iets wat onder de tweede lijn valt.”
 
 .
 .
 .