Alles over processing en handling van vloeistoffen en gassen

FluidsProcessing.nl
Zoeken

   

   

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!
Lees de maandelijke nieuwsbrief.

Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

Fluids Processing nummer 1

Hieronder vindt u een overzicht van de artikelen verschenen in nummer 1 van 2015.
Via de lijst hieronder kunt u het artikel als pdf downloaden. Klik op de cover hiernaast om het gehele blad als bladerversie te openen.

In dit nummer: Power to products, wat is pyrolyse, continue chemie versus batch, verslag valve World, veiligheid bij opslagtanks maar ook bij vervoer van gevaarlijke stoffen, Rockwell automation fair, hoogleraar katalyse bij olieraffinage, etc.

Verschenen: 05-03-2015

Neem contact op met de redactie

 
Lees dit artikel
pag. 10

Subsidie Indirecte emissiekosten

Ministerie start aanvraagperiode ETS Indirecte emissiekosten ETS (Emissions Trading Scheme) is een ‘nieuwe’ subsidieregeling van het ministerie van Economische Zaken. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is verantwoordelijk voor de uitvoering. De subsidieregeling compenseert bedrijven die hogere elektriciteitskosten hebben door emissiehandel. De aanvragen voor de subsidie kunnen worden ingediend sinds 15 januari 2015 en de termijn sluit op 15 april om 17.00 uur precies.

Een woordvoerster van het ministerie van EZ ligt de nieuwe regeling als volgt toe. “In alle landen van de Europese Unie betalen bedrijven die veel energie verbruiken via hun elektriciteitsrekening voor zogeheten ‘emissierechten’. Bedrijven die veel energie gebruiken, zoals in de chemische- en staalindustrie, krijgen compensatie voor hun hoge energierekening. Deze maatregel wordt genomen om oneerlijke concurrentie met buurlanden te voorkomen. In Duitsland, Engeland, België en Noorwegen worden bedrijven vanaf 2014 gecompenseerd voor deze emissiekosten.” Met de maatregel wordt dus voorkomen dat bedrijven hun productie verplaatsen naar landen waar niet hoeft te worden betaald voor emissierechten. Dankzij deze maatregel kunnen Nederlandse bedrijven blijven concurreren met het buitenland. De regeling is zo ontworpen dat er voor bedrijven nog steeds een stimulans is om minder elektriciteit te gebruiken en zo CO2 te reduceren. De woordvoerster vervolgt: “Minister Kamp van Economische Zaken vond het wenselijk dat bedrijven een grotere prikkel kregen om te investeren in energiebesparende maatregelen. Ondernemingen die voor subsidie in aanmerking willen komen, dienen daarom hun energieefficiëntie te verbeteren door daarvoor een plan op te stellen, uit te voeren en daarover te rapporteren.”
Lees dit artikel
pag. 12

Power to products

Chemie kan pieken in duurzame energie benutten Het Institute for Sustainable Process Technology (Ispt) heeft een consortium van achttien bedrijven bijeengebracht dat een haalbaarheidsstudie laat uitvoeren naar de mogelijkheden om flexibel in te spelen op het aanbod van duurzame stroom. Als er op een bepaald moment een overschot is aan groene stroom van windmolens en zonnepanelen, kan de industrie een tandje bij schakelen en het overschot absorberen. Dat is goed voor de aanbieders van de stroom en goed voor de portemonnee van de industrie, zo is de idee. Medio dit jaar zijn de resultaten bekend en zullen er waarschijnlijk vervolgprojecten van start gaan.

“Het idee om een overschot aan elektriciteit te gebruiken voor de productie van chemicaliën is niet nieuw. Toen in Noorwegen de witte steenkool opkwam en er op een gegeven moment elektriciteit in overvloed was, is Norsk Hydro kunstmest met behulp van elektriciteit gaan maken,” zegt Tjeerd Jongsma, directeur van Ispt, het instituut dat in Nederland publiekprivaat onderzoek op het gebied van procestechnologie organiseert. Voor duurzame energie moet Nederland het vooral van windmolens hebben. “Hoe meer windmolenparken er komen, hoe groter de fluctuaties in het aanbod van groene stroom zullen zijn. De uitdaging voor de industrie is de productie zo in te richten, dat ze hiermee flexibel op deze fluctuaties kan inspelen. Als er veel wind is en het aanbod sterk toeneemt, zal de elektriciteitsprijs dalen en zal het voor de industrie bij een bepaalde prijs aantrekkelijk zijn meer stroom af te nemen en eventueel extra te produceren. Tijdens windstille periodes kan de industrie zo nodig gas terugnemen. Per saldo zal zij goedkoper uit zijn en dat versterkt haar internationale concurrentiepositie,” verklaart Jongsma.
Lees dit artikel
pag. 16

Meer inzicht in prestaties continue chemie

TNO ondersteunt aan de hand van onderzoek bedrijven die willen overstappen Besparing op energie, een efficiënter gebruik van grondstoffen en een betere productkwaliteit. Die drie elementen zijn belangrijke voordelen van slimme procestechnologie. TNO vergeleek in samenwerking met de Universiteit van Toulouse twee continu-reactoren. Door de opgedane kennis kunnen bedrijven die willen overstappen van batchchemie naar continue chemie, zich door TNO laten informeren over de voor- en nadelen van continue chemie.

Mark Roelands is chemisch ingenieur, werkzaam als senior scientist op het gebied van procesontwikkeling bij TNO in Delft. Hij is inhoudelijk verantwoordelijk voor het project naar continu-reactoren van TNO samen met de Universiteit van Toulouse. “Het betreft een Europese samenwerking,” zegt hij. “We hebben twee apparaten, continue reactoren, met elkaar vergeleken. Doel was de omzetting van afgewerkte frituurolie naar producten die weer toegepast kunnen worden in de bouw.” Het betrof overigens een vergelijking tussen de ene continu-reactor met de andere. De werking was hetzelfde maar de ene reactor reageerde beter op het gebruik van zwavelzuur als katalysator terwijl de andere juist beter functioneerde met sulfonzuur-surfactant. Het project is onlangs afgerond. Roelands: “De Franse promovendus van de Universiteit van Toulouse verdedigde in november 2014 zijn proefschrift na drie jaar onderzoek. Dat onderzoek vond voornamelijk in Toulouse plaats maar de laatste drie maanden liep hij bij ons op het lab mee. De reactoren werden in een opstelling geplaatst waarin de reactie goed kon worden gevolgd. Dit betrof de verestering van vetzuren uit afgewerkte olie met verse glycerol naar zogenaamde monoglyceriden. Dit is een twee-fasen reactie, want olie en glycerol mengen niet en vormen een emulsie.”
Lees dit artikel
pag. 26

Groeiende belangstelling en daadwerkelijk zaken doen

Valve World 2014 Düsseldorf Begin december 2014 vormde de beursvloer in Düsseldorf het toneel van de tweejaarlijkse beurs voor fabrikanten en gebruikers van kleppen en toebehoren. Een recordaantal van 665 exposanten uit veertig landen ontvingen 12.500 beursbezoekers, een groei ten opzichte van 2012 van 18 procent, uit 57 landen, waarvan 75 procent van buiten Duitsland. Standhouders roemen de ‘volwassenheid’ van Valve World en hebben het over bestaande contacten aanhalen en nieuwe leads opdoen die al zeker na de beurs zullen worden geëffectueerd. Onderwerpen als safety en energie-efficiëntie kwamen zeker aan bod.

Voor het eerst vond het congresprogramma ‘op de beursvloer’ plaats, althans er was een ruimte voorzien waarin verschillende inhoudelijke presentaties en discussies waren. Hier probeert men elke keer weer (succesvol) gebruikers en leveranciers met elkaar in contact te brengen. Waarschijnlijk had dat het Pump Summit ook goed gedaan, midden op de beursvloer zijn. Nu kwam de in het Congrescentrum gecentreerde aanwezigheid van pompleveranciers de eerste twee dagen, en dan ook nog voornamelijk in de vorm van video’s en niet ‘live’, niet helemaal over het voetlicht en bood het vooral een lege aanblik. De derde en laatste dag leek de minst bezochte. Maar zowel een en twee lieten de bezoekers zich niet onbetuigd. De Aziatische exposanten stonden verspreid over alle hallen. Verder is het veel Duits en Italiaans dat je hoorde.
Lees dit artikel
pag. 32

Over opkrabbelen en leermomentjes

IIR Opslagtanks 24e editie 2014 Op 12 en 13 november op het jaarlijkse Opslagtanks-congres was de algemene mening dat er al veel stappen zijn gezet maar dat er ook nog genoeg te doen is als het gaat om veiligheid. Zoals het samenwerken tussen de vele controlerende instanties zodat bedrijven niet 50 procent van hun tijd kwijt zijn aan papierwerk. Of zoals iemand verzuchtte: ‘Zonder overheid kunnen we niet maar laat ons vooral ondernemen.’

Even leek de publicatie van een Delftse promovendus aan de vooravond van het congres de verhoudingen weer op scherp te zetten (zie ook de column in Fluids Processing nr. 6 2014, pag. 3) maar de algehele tendens was de schouders er nog meer onder zetten en vooral veel en open naar alle stakeholders communiceren. Joop Atsma, politicus en tegenwoordig voorzitter van de Votob (Vereniging van Onafhankelijke Tank Opslag Bedrijven) beet het spits af. Na een jaar Votob verbaasde hij zich over het woud aan regelgeving en het schijnbare verschil in handhaving. Want waar de Rotterdamse haven aankijkt tegen een terugloop, stijgen juist de cijfers van wat de haven Antwerpen te verwerken krijgt. Atsma wil dat alle bedrijven mee helpen roepen in Den Haag dat dit wel heel opvallend is. Maar ook transparantie van iedereen ondersteunt de goede richting die de branche opgaat, vindt Atsma. Hij wees in dit verband op de eigen verantwoordelijkheid van ieder apart die Votob weliswaar ondersteunt met de vorig jaar geïntroduceerde SMT (Safety Maturity tool), waarmee op uniforme wijze de veiligheidssituatie van een tankterminal kan worden vastgesteld. Voor elk van de drie onderwerpen waarop veiligheid stoelt (mindware, software en hardware) zijn vragenlijsten opgesteld die een beeld schetsen van de status quo binnen een bedrijf. De audit hiervan genereert een spinnenwebdiagram voor een eventueel verbeterplan.
Lees dit artikel
pag. 38

Veiliger spoortransport gevaarlijke stoffen lijkt te lukken

Overheid en bedrijfsleven werken samen aan vervoer via Basisnet Er zijn tal van risico’s verbonden aan het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het gaat om het transport van brandstoffen maar bijvoorbeeld ook van chloor, salpeterzuur, waterstofperoxide of dimethyldisulfide. Op allerlei fronten wordt er daarom gewerkt aan het veiliger maken van dit transport. Met name het vervoer per spoor, hoewel slechts goed voor 3 procent van het gehele vervoer van gevaarlijke stoffen, is hard bezig met verbeteringen. De overheid, maar ook infrabeheerder ProRail evenals de vervoerders zoals DB Schenker zijn in de weer om rampen op het spoor te voorkomen.

Een belangrijke verandering is dat het rijden van gevaarlijke ladingen in de toekomst in principe niet meer dan noodzakelijk of zo min mogelijk door dichtbewoonde omgevingen mag gaan. Daartoe is de wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen ontwikkeld. Overigens geldt dit niet alleen voor het spoor maar ook voor vervoer via de weg en het water. Rijksoverheid, gemeenten en provincies werken samen met vervoerders en infrastructuurbeheerders aan een Basisnet dat aangeeft over welke routes gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Milieu: “De kans op ongelukken met gevaarlijke stoffen in Nederland is zeer klein en het is belangrijk dat dit ook in de toekomst zo blijft, vandaar de wet Basisnet. Veiligheid van omwonenden en milieu staan voorop maar we willen wel dat vervoer van gevaarlijke stoffen verantwoord kan blijven groeien.” Wanneer de nieuwe wet van kracht wordt, is nog niet bekend. De Tweede Kamer heeft nog een deel in behandeling: het besluit externe veiligheid transportroutes. Tot de nieuwe wet van kracht is, geldt de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Daarmee wordt alvast rekening gehouden met Basisnet. Gemeenten moeten in hun bouwplannen rekening houden met de risico’s uit Basisnet. Bij voorkeur wonen en werken er in de veiligheidszones langs spoor, weg en water geen mensen.
 
 .
 .
 .