FluidsProcessing.nl NL
Home
BLIJF OP DE HOOGTE
Meld u nu aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.
Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

     

MAGAZINE

Fluids Processing Benelux 2016-1 23-02-2016
Blader door de digitale editie van het complete magazine
Fluids Processing Benelux 2016-1
Innovatie, membranen, katalysator, chroomvrij, waterstof, afvalwater, bioplastics, Pâques, Mars, watertechnologie, evaporators, kennis borgen, ter overname, fosfaatrecycling, rioolwaterzuivering, Pumps&Valves, Maintenance beurs, Awards, CO2, ECN, Kisuma C

Verschenen: 23-02-2016
Zoals een drinkwaterbedrijf dat voortaan met membranen zou kunnen ontzilten AIM zet procesindustrie op innovatief spoor
Zoals een drinkwaterbedrijf dat voortaan met membranen zou kunnen ontzilten
AIM zet procesindustrie op innovatief spoor Traxxys Innovation & Sustainability ziet in AIM een beproefde procesinnovatiemethode om bestaande productieprocessen te innoveren. De business is leidend door een concreet businessdoel te formuleren. Aan de hand van AIM bedenken bedrijven de innovaties zelf. Dat blijkt energie te geven, levert creativiteit op en is leuk om te doen. De auteur van dit artikel ontwikkelde het samen met AkzoNobel die het na een commerciële pilot in 2013 al op vier commerciële productieprocessen toepaste in 2014. Tijd voor een uitleg wat AIM precies behelst.

De chemische industrie biedt in Nederland aan ruim 57.000 mensen werk (inclusief de farmaceutische industrie) en levert een omzet van bijna 60 miljard euro (2013). Nederland is na Frankrijk en Duitsland de derde chemieproducent van Europa (bron Vnci). Er is sprake van een volwassen industrie: markten zijn gevestigd, productieprocessen zijn beproefd. Hierbij heeft de sector veiligheid en betrouwbaarheid hoog in het vaandel staan. Tegelijkertijd is het de sector duidelijk dat de omgeving waarin zij opereert steeds dynamischer wordt: nieuwe opkomende markten, meer internationale concurrentie en een toenemende druk richting duurzame productie. Dit stelt managers in de chemiesector voor lastige dilemma’s: welke productieprocessen kunnen nog een tijd mee in hun huidige staat? Welke processen zijn aan een update toe? Wat is de meest verstandige route naar duurzamer produceren? Wat is het juiste investeringstempo? In deze context zijn er chemiebedrijven die inschatten dat zij hun producten nog zeker decennia kunnen blijven afzetten maar niet met de productieprocessen in hun huidige vorm. Dat kan zijn omdat die processen achterblijven in capaciteit, in productkwaliteit, in duurzaamheid, in kosten of in combinaties van deze factoren. Voor bedrijven in deze situatie is AIM (kader 1) bedoeld. De methode mag dan gegenereerd zijn uit de chemie maar laat zich zeker gebruiken in alle andere procesindustrieën, van water (zie ook het kopje ‘Hoe werkt het’ hieronder), food tot aan farma.
pagina 12
Duurzame methode verder opschalen voor winnen biopolymeren Industriewater = grondstof
Duurzame methode verder opschalen voor winnen biopolymeren
Industriewater = grondstof Met het restwater van haar productieprocessen is de industrie bron én afnemer van teruggewonnen grondstoffen. Vetzuren zijn een prima kandidaat om bioplastics te produceren. En wat doen we met het stikstof? Juist, stroom van maken! Experts van de TU Delft en Paques geven hun visie op de kansrijke opties en de bijpassende technologie.

Het proceswater van de industrie zit boordevol grondstoffen. Universitair hoofddocent Henri Spanjers van de TU Delft noemt vetzuren, succinaat, lactaat, ethanol en ammonia. “En zo zijn er nog meer stoffen.” De toepassingen zijn legio, aldus de wetenschapper. Neem die van vetzuren. De chemie past ze toe in coatings, kleurstoffen en oplosmiddelen en voor het verduurzamen van hout. Spanjers laat een prijslijstje zien van wat er vandaag de dag voor primaire vetzuren op de markt wordt betaald. “Bij sommige vetzuren gaat het wel om een paar duizend euro per ton. Dat zijn interessante bedragen.” Een mooi vooruitzicht, nu nog vetzuren produceren en winnen uit het industriële afvalwater. Spanjers wil hiervoor een bewezen waterzuiveringstechnologie doorontwikkelen, om niet alleen vetzuren maar ook ammonium (stikstof) uit het grillige en complexe industriële restwater te halen. Zijn paradepaardje is de anaerobe membraanbioreactor (AnMBR). Deze techniek combineert biologische zuivering onder anaerobe (zuurstofloze) omstandigheden met membraanfilters om de opgeloste delen (in dit geval vetzuren en ammonium) te scheiden. “Met de AnMBR zijn vetzuren en stikstof relatief makkelijk terug te winnen,” zegt Spanjers. In hun onderzoek proberen de Delftenaren de AnMBR zo te sturen dat de microorganismen meer vetzuren gaan produceren, onder meer door de procescondities in de reactor te veranderen zoals de hoeveelheid organisch materiaal. “Door de omstandigheden slim te kiezen, kunnen we naar bepaalde vetzuren toesturen.” Vluchtige vetzuren (VFA’s in jargon, wat staat voor ‘volatile fatty acids’) komen in verschillende vormen voor, met elk hun eigen kenmerken. Zo heb je formiaat, acetaat, proprionaat, butyraat en ook het aan vetzuren verwante lactaat. “Allemaal grondstoffen voor de chemie. Met formiaat kun je antibacteriële middelen maken. Butyraat is een grondstof voor bioplastic wat nu erg in de belangstelling staat,” verwijst Spanjers naar de zelfverklaarde ‘wereldprimeur’ van de waterschappen die onlangs vol trots een kilo uit rioolwater geproduceerd bioplastic lieten zien.
pagina 14
Topjaar voor overslag van olieproducten Cijfers van Havenbedrijf Rotterdam over 2015 tonen aan
Topjaar voor overslag van olieproducten
Cijfers van Havenbedrijf Rotterdam over 2015 tonen aan Het jaar 2015 was een topjaar voor de Rotterdamse haven. De goederenoverslag in Rotterdam steeg in 2015 met totaal 4,9 procent tot 466,6 miljoen ton. Die stevige groei komt bijna volledig voor rekening van de toegenomen overslag van ruwe olie en olieproducten. Allard Castelein, CEO van Havenbedrijf Rotterdam: “De lage olieprijs zorgt voor hoge marges bij de raffinaderijen zodat ze veel ruwe olie laten aanvoeren om te raffineren. Dat geldt niet alleen voor de raffinaderijen in Europa maar ook voor die in Rusland. De laatste produceren relatief veel stookolie die via Rotterdam naar het Verre Oosten wordt verscheept. Het gevolg is een toename van de overslag van ruwe olie met 8 procent en van olieproducten met 18 procent.”

“We hebben een fantastisch goed resultaat in 2015,” zegt Allard Castelein. “Als je het over een periode van tien jaar uitzet, is het havencomplex zo’n 25 procent gegroeid. Het is een bevestiging hoe robuust het complex is, onder alle economische omstandigheden. Je kunt ook zien hoe enorm veelzijdig de haven is, hoeveel sectoren bijdragen aan het totaal resultaat. Het mooie is dat de sector waar het minder goed gaat, wordt gecompenseerd door andere sectoren. Tegelijkertijd komt sterk naar voren dat het resultaat is onderbouwd door zeer goede prestaties van het natte massagoed: ruwe olie en olieproducten. Ook in stukgoed heeft het roll on roll off segment zich goed gemanifesteerd. De verhouding van de diverse segmenten betreft 48 procent in de natte bulk sector, 27 procent in de containeroverslag en 19 procent droge bulk. Over de jaren heen is die verhouding redelijk stabiel, hoewel het percentage natte bulk dit jaar wat hoger is.”
pagina 18
Ik wil graag de opgebouwde kennis overdragen aan een volgende generatie Van den Bout Water Technology in de etalage
Ik wil graag de opgebouwde kennis overdragen aan een volgende generatie
Van den Bout Water Technology in de etalage Gevraagd naar zijn doel antwoordt Maarten van den Bout direct: “Mijn eerste zorg is de kennis en ervaring die ik op watertechnologiegebied heb, overdragen aan de volgende generatie. Het zou jammer zijn als dat zo allemaal door het putje verdwijnt als ik me er niet meer mee bezig kan houden.” We treffen elkaar bij toeval, omdat hij in zijn zoektocht naar partners de vraag ook via onze site speelt. En hij raakt in mijn ogen meteen een heikel punt: hoe borg je opgebouwde ervaring voor de toekomst?

Maarten van den Bout houdt zich al ruim 35 jaar bezig met watertechnologie. Vandaag de dag vooral voor grote projecten in de scheepvaart- en offshoreindustrie maar het begon allemaal in een garage met experimenteren. “Eindeloos aan de gang met techniek en elektronica en je afvragen als ik op deze knop druk wat gebeurt er dan?” Inmiddels is vooral de combinatie van omgekeerde osmose en de verdamper die Van den Bout Water Technology produceert uniek. “Wij kunnen klanten daarmee altijd de beste oplossing bieden in elke capaciteit.”
pagina 20
Pumps & Valves en 23 Maintenance wederom hand in hand Antwerp Expo derde week april 2016 gastheer
Pumps & Valves en 23 Maintenance wederom hand in hand
Antwerp Expo derde week april 2016 gastheer Op 20 en 21 april opent Antwerp Expo haar deuren voor Pumps & Valves en Maintenance. Met 350 exposanten bieden deze technologiebeurzen een totaalbeeld van de oplossingen en innovaties in beide sectoren. Traditiegetrouw is er ook een rijkelijk gevuld randprogramma met het Innovatietraject, de ‘Bemas Innovation Award’, de ‘Safe Maintenance Awards’ en een reeks ‘Masterclasses’ die inspelen op thema’s die het doelpubliek zelf heeft aangereikt.

Vijf jaar geleden besloot EasyFairs om de vakbeurzen Pumps & Valves en Maintenance parallel te organiseren om zodoende te komen tot één totaalconcept dat een mooi overzicht biedt van het Benelux-aanbod in zowel onderhoud, shut down-technologie en productiebetrouwbaarheid als procesapparatuur, kleppen en pompen. Deze strategische beslissing wierp zijn vruchten af. Sinds 2012 is Antwerp Expo met meer dan direhonderd exposanten telkens tot de nok gevuld. En ook de bezoekersaantallen tonen aan dat de formule wel degelijk werkt. Want de tweejaarlijkse vakbeurzen mogen steevast rekenen op bezoek van zo’n 5.500 professionele beslissingsnemers, ingenieurs en technici, actief in een brede waaier van industriële domeinen, dienstverlening en de openbare sector.
pagina 23
Pilot van start in Noord Zweden met Nederlandse klei Technologie om miljarden tonnen CO2-uitstoot bij metaalindustrie af te vangen
Pilot van start in Noord Zweden met Nederlandse klei
Technologie om miljarden tonnen CO2-uitstoot bij metaalindustrie af te vangen “Als de pilot in Noord Zweden succesvol is, kan deze vinding elders in de wereld bij de metaalindustrie worden geïmplementeerd, waaronder bij Tata steel in IJmuiden.” Dat zegt de van oorsprong uit Engeland afkomstige Paul Cobden van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Cobden is sinds 2004 bij het CO2 -afvangproject betrokken.

ECN ontwikkelde de afgelopen tien jaar (na eerste proefjes in een lab) een nieuwe techniek die CO2 -uitstoot goedkoop kan wegvangen. De weggevangen CO2 kan dan worden gezuiverd en voor andere doelen worden hergebruikt. Het gaat om miljarden tonnen aan uitstoot. Overigens is de staalindustrie voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de totale uitstoot, naast overigens grote ‘vervuilers’ als energiecentrales en de cement- en raffinage-industrie. Het project kan dan ook heel goed bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen rond het klimaat.
pagina 27
Terugwinnen zuiver fosfor uit rioolslib nog niet aan labschaal ontstegen Op zoek naar meest optimale route in het belang van voedsel
Terugwinnen zuiver fosfor uit rioolslib nog niet aan labschaal ontstegen
Op zoek naar meest optimale route in het belang van voedsel Over het belang van fosfaatrecycling zijn de gemoederen het wel eens: voedsel. De route naar kunstmest en in het kielzog diervoeding is het meest realistisch. Recyclaten zijn zelfs zuiverder van samenstelling dan primaire producten. De Nederlandse watersector roert inmiddels de trom met het recyclen van fosfaat uit rioolwater en zuiveringsslib. Maar voor het terugwinnen van elementair fosfor, die worden gebruikt in bijvoorbeeld brandvertragers en lithium-ionaccu’s, zijn nog flink wat technologische hordes te slechten.

De wereldwijde natuurlijke voorraad bruikbaar fosfaaterts slinkt snel. Dus worden er verwoede pogingen ondernomen om deze belangrijke grondstof, voor ondermeer kunstmest te recyclen. Op de rioolwaterzuiveringen wordt fosfaat verwijderd omdat anders flora en fauna eronder lijden. Overigens een wettelijke verplichting om eutrofiëring tegen te gaan: de dikke groene algensoep die sloten en meren teistert. Meestal wordt het afgevangen fosfaat niet teruggewonnen en eindigt het ergens waar we er niets meer mee kunnen. In bepaalde typen rioolwaterzuiveringen ontstaat spontaan een fosfaatrijke verbinding: struviet. Voor de watersector is deze stof een probleem omdat de verstopping van haar installaties tot hoge onderhouds- en energiekosten leidt. Dus waarom gaan we deze prima meststof niet terugwinnen, redeneerde men. Vijf waterschappen hebben een installatie bijgeplaatst om het struviet tot kleurloze mestkorrels te recyclen. In 2016 komen daar nog eens negen nieuwe installaties bij. De twee grootste installaties zijn die van Waternet in Amsterdam en Vallei en Eem die beide jaarlijks circa 1000 ton recyclen, voldoende voor het bemesten van zo’n vijfduizend voetbalvelden. Vallei en Eem behandelt de fosfaatrijke stromen uit de slibontwatering van zijn rioolwaterzuivering in Amersfoort met magnesium tot struviet. De afzetmarkt is nog beperkt. Het merendeel van de teruggewonnen struviet ligt opgeslagen in de silo’s van de waterschappen. De meststof uit afvalwater wordt per definitie als afval gezien, terwijl de meststoffenwetgeving erop van toepassing is en het product vrij verhandeld mag worden. Die onduidelijkheid heeft de overheid nog niet weggenomen. In Europa staat de juridische status nog volop ter discussie. Al met al nog geen fantastisch verdienmodel, betoogt Willem Schipper. De chemicus en consultant was zo’n twintig jaar in dienst bij Thermphos. Deze producent van fosfor en fosforzuur moest vanwege de crisis eind 2013 zijn poorten sluiten. Het Vlissingse bedrijf wilde de inzet van fosfaaterts uitbannen om zijn grondstoffen alleen nog uit afvalstromen te halen. Schipper geldt als een specialist op het gebied van fosfaatrecycling en de toepassingen ervan in de industrie. “Mijn belangrijkste bezwaar tegen struviet is dat het een laag terugwinrendement biedt. Voor de waterschappen is de struvietrecycling vooral een middel de zuiveringskosten te reduceren. Dat is een volstrekt legitiem streven maar mag niet verward worden met het primaire doel om fosfaat te recyclen. Fosfaat is eigenlijk een bijproduct. Het is een goede eerste stap maar zo gaan we de fosfaatkringloop niet sluiten.” Het grootste deel van het fosfaat, vervolgt Schipper, komt bovendien in het rioolslib terecht, een bijproduct van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. “Als we zoveel mogelijk fosfaat terug willen winnen, moeten we ons naast struviet ook daarop richten.” Zuiveringsslib bevat naast fosfaat echter een indrukwekkende verzameling schadelijke stoffen, denk aan bacteriën, zware metalen en resten van medicijnen en drugs. Het valt vies tegen de fosfaat uit het natte slib proberen te peuteren. Willen we toch alle fosfaat terugwinnen in nuttige vorm, dan ontkomen we niet aan rioolslibverbranding, aldus Schipper, of een variant daarop. De verbrandingsassen bevatten maar liefst 90 procent van het fosfaat dat via het riool de zuivering in gaat. Bacteriën en medicijnresten zijn en passant vernietigd. “Van deze as kan kunstmest of iets anders worden gemaakt, zoals fosforzuur of elementair fosfor,” zegt Schipper. “Rioolslibas zou fosfaaterts in een bestaande productieketen kunnen vervangen. Dat zou pas echt een slinger geven aan de circulaire economie.”
pagina 28
Staalduinen Logistics sterk in transport en opslag van vloeistoffen Rvs tanks staan voor kwaliteit en gemak
Staalduinen Logistics sterk in transport en opslag van vloeistoffen
Rvs tanks staan voor kwaliteit en gemak Sinds 1919 vervoert de familie Van Staalduinen in Maasdijk allerhande goederen. Derde generatie Jan van Staalduinen staat sinds 1985 aan het roer en heeft zich toegelegd op het vervoer en de opslag van vloeistoffen. Daarvoor hanteert hij een specifieke strategie. Vandaar dat er sinds een paar maanden voor gekozen is de reeds bestaande opslagcapaciteit uit te breiden met twintig spiksplinternieuwe rvs tanks. Deze tanks staan, geheel overdekt, in een nieuw onderkomen dat in het verlengde van de historisch gelegen locatie ligt. Er is in totaal ruimte gereserveerd voor zestig tanks.

Heden ten dage houdt Staalduinen Logistics zich bezig met op- en overslag van vloeistoffen. Naast ompakken en opslag neemt het bedrijf klanten alle rompslomp om het proces heen uit handen. Zoals orderacceptatie en -verwerking, ritplanning en laadadviezen, voorraadbeheer en administratieve verwerking en bestel- en leveradviezen. Het wagenpark van Staalduinen bestaat uit 55 trucks en honderd tankopleggers. Doordat thuisbasis Maasdijk continu in contact staat met deze vloot, worden laad- en losgegevens direct ingevoerd en real-time beschikbaar gesteld via een portal aan de klanten. Het werkgebied beslaat naast de Benelux, Frankrijk en Duitsland. Het bedrijf telt momenteel zo’n tachtig medewerkers waarvan meer dan de helft chauffeur is.
pagina 32
Aankomend schooljaar start implementatie van het curriculum Procesveiligheid Corine Baarends, projectleider van Veiligheid Voorop
Aankomend schooljaar start implementatie van het curriculum Procesveiligheid
Corine Baarends, projectleider van Veiligheid Voorop “In het aankomende schooljaar moet het onderwijscurriculum Procesveiligheid van Veiligheid Voorop in concept klaar zijn voor gebruik in het chemisch/technisch hoger beroepsonderwijs. We gaan de toepassing van het curriculum dan bij een aantal hbo-scholen uittesten,” zegt Corine Baarends. Zij is zelfstandig ondernemer en fungeert sinds juni in opdracht van werkgeversorganisatie VNO/NCW als projectleider voor Veiligheid Voorop. “Een van de pijlers van Veiligheid Voorop is de Regionale Veiligheidsnetwerken en versterking van competenties. Binnen deze pijler worden projecten uitgevoerd ondermeer om de kennis en vaardigheden van personeel binnen de chemiesector verder te ondersteunen.”

Corine Baarends vertelt over de tot nu toe bewandelde weg: “Vanuit de begrippen kennis en competenties verrichtte Vnci samen met Domein Applied Sciences (DAS), een landelijk samenwerkingsverband van hbo-opleidingen, een verkenning naar de aandacht die procesveiligheid en veiligheid in het algemeen, binnen het chemisch/technisch hboonderwijs krijgt. Toen daaruit bleek dat dat onvoldoende is, startte een initiatief om een curriculum Procesveiligheid voor hbo chemische technologieopleidingen te ontwikkelen.” (Proces)veiligheid is een belangrijk aandachtsgebied voor hbostudenten die in de procesindustrie aan de slag gaan. In opdracht van Veiligheid Voorop heeft Vapro een vooronderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van het curriculum. De verkregen informatie dient nu overigens ook als input voor het nieuwe curriculum. Het vooronderzoek is uitgevoerd onder aansturing van een begeleidingscommissie bestaande uit vertegenwoordigers van de drie stakeholders: scholen, bedrijfsleven en overheid. “Naast Veiligheid Voorop, Vnci, DAS en Vapro namen ook de regionale veiligheidsnetwerken en het ministerie van I&M zitting in de commissie. De afgestudeerde studenten komen namelijk niet alleen te werken binnen bedrijven als procestechnologen, maar ook binnen de overheid als bijvoorbeeld inspecteurs van Brzo-bedrijven.”
pagina 34
Milieuvriendelijke katalysatoren voor waterstof Subsidie voor alternatieve ontwikkeling
Milieuvriendelijke katalysatoren voor waterstof
Subsidie voor alternatieve ontwikkeling Onderzoekers van de TU Delft en TU Eindhoven gaan innovatieve, chroomvrije katalysatoren ontwikkelen voor de productie van waterstof. Zij gebruiken hiervoor de Delftse Mössbauer/ IR spectroscopische faciliteit in combinatie met katalytische activiteitsmetingen om een beter begrip te krijgen van de invloed van chroom op katalytische ijzeroxide locaties. Het onderzoek draagt bij aan één van de hoofddoelen van duurzame chemie, namelijk het ontwikkelen van technologieën die het gebruik van gevaarlijke chemicaliën in chemische productieprocessen overbodig maken. NWO heeft voor het onderzoek een zogenoemde Lift-subsidie uitgekeerd van twee tot drie ton, een bedrag dat wordt aangewend om een promovendus studie te laten doen.

“We kunnen nu met ons onderzoek beginnen,” zegt prof. dr. Ekkes Brück, hoogleraar aan de TU Delft. Zijn sectie heet ‘fundamentele aspecten van materialen en energie’. “We doen onderzoek naar materialen die belangrijk zijn voor energieconversie, energie-efficiëntie, energieopslag, enzovoort. In het onderzoek richten we ons op de huidige productie van waterstof (bij bepaalde reacties; koolmonoxide en water naar kooldioxide en waterstofgas) waarbij katalysatoren worden gebruikt die milieuonvriendelijk zijn. Het betreft katalysatoren waaraan vooral ijzeroxide en een heel klein beetje chroom6 worden toegevoegd om het proces efficiënter te maken. Dat chroom is, zoals bekend, erg giftig en zelfs kankerverwekkend. Het betekent dat een dergelijke katalysator die verbruikt is naar een speciale afvalverwerker moet worden gebracht. Bovendien kan natuurlijk altijd contaminatie van het water optreden in de reactie. Kortom, we willen dit chroom niet de atmosfeer in laten. Daarom zoeken we naar alternatieven. Als je veel meer op een waterstof-economie uit wilt komen, dan heb je wel een milieuvriendelijke katalysator nodig.”
pagina 36
PROCES MEDIA
Solids Processing Fluids Processing MB Maintenance SchuettgutPortal
Ontvang onze nieuwsbrief
Nieuwsbrief archief
Volg ons
Linked
Service en contact
ContactDisclaimerPrivacyAdverterenInloggen controlpanel